Fietsen

De zon schijnt, mijn haar wordt warm en mijn hele  linkerkant. Heerlijk, ik ruik gras. Nick zit achterop in een stoeltje waarvoor hij bijna te groot is, maar het lukt nog. Hij vlijt zich tegen me aan, zijn mollige armpjes om mijn middel, zijn gezicht in mijn T-shirt. Hij blaast en ik krijg een natte warme vlek op mijn rug. Mmm. Onze schaduw glijdt met ons mee, net zoals Mark die nog wat slingerend naast me rijdt. Kijk zeg ik tegen Nick, onze schaduw, hij glijdt zwart over de stoep, over het groene malse gras van het weiland met de Ezel. Ik zwaai met mijn arm en de schaduw zwaait mee. Nick zwaait ook en ook nu zwaait de schaduw.  Mark kijkt naar ons spel en komt snel peddelend naast me rijden hij rijdt over de schaduw, hij lacht. Dan kijkt hij me verschrikt aan : ‘doet dat pijn?’

‘Nee hoor dat doet geen pijn. Je schaduw gaat altijd mee maar hij doet geen pijn.’ We lachen. De zon glimt op mijn stuur, op mijn bel, op het stuur van Mark. Een grasmaaier zoemt, knip knip doet een schaar achter een heg, ik krijg nog een natte plek op mijn rug. Mmm.

Achter ons hoor ik een auto. ‘Mark ga maar even voor me rijden, dan kan die auto er langs.’ Hij slingert voor me uit. Rijdt nu wat langzamer zodat ik zelf moeite moet doen niet te slingeren met mijn gewicht en het gewicht van Nick op de fiets. De auto nadert langzaam, gelukkig maar. Nu is die bijna naast me. Ik probeer het slingeren te beperken en met mijn ogen probeer ik ook de route van Mark recht te trekken.
Niet te veel slingeren. Houd het recht.
Nog even volhouden.
De auto is nu naast me, ik concentreer me op mijn oudste zoon.
Voorzichtig.
Voorzichtig.

Op dat moment toetert de auto. Ik maak een zwieper met mijn stuur. Ik schreeuw: ‘Godverdomme’. Mijn hart zit in mijn keel. De auto haalt Mark in. Mijn collega zwaait naar me terwijl ze me inhaalt. Ik, ik kan haar wel wurgen, maar ze rijdt door.

Mijn hart klopt snel, ik heb kippenvel en de rillingen lopen over mijn rug, Nick blaast op mijn rug maar ik geef hem een por: ‘ophouden nu, ik loop voor gek straks met al die natte plekken’. Het scherpe, irriterende geluid van een grasmaaier, een zurige lucht van verrot gras, zweet stroomt koud tussen mijn borsten door en alles plakt.  Ik had een zonnebril op moeten zetten of een hoed, de zon is veel te fel. We rijden door naar de supermarkt.

Later zegt ze; ‘jullie waren fijn aan het fietsen’.
‘Nou, heel fijn.’

Marina, 2018 .

 

Advertenties

6 thoughts on “Fietsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s