Bonen rengen

Wanneer ik thuiskom van het spelen staat de keukentafel op de stoep buiten, eromheen staan de keukenstoelen. Een blad met koffie en kopjes staat op het aanrecht klaar. Ik bekijk het allemaal grondig. Het is heet vandaag, ik heb gespeeld in het bos, de Bosberg, het gele zand was bijna te heet om over te lopen. Van de winter zouden we hier weer met de slee vanaf glijden, nu bleven we angstvallig in de schaduw.

Na het eten komt Oma en tante Leny en Tante Tonny. Ze hebben allemaal een tasje bij zich met een aardappelschilmesje erin. Tante Leny komt met Oom Frits met de auto en er komen grote witte manden uit. Die zetten ze bij de tafel.

Iedereen krijgt koffie en dan wordt de eerste mand op tafel omgekiept. Er zitten bonen in, heel veel bonen en ook blaadjes en zand maar alles gaat pardoes over de tafel. Allemaal hebben ze een emmer naast zich en met vlugge vingers pakken ze een boon, snijden er de puntjes af en soms ook een groen randje en daarna snijden ze de bonen die ze in hun hand verzameld hebben door en gooien ze in de emmer. Het heet rengen.
Ik hang tegen de tafel, het is nog steeds warm.

  • Mag ik ook een mesje, mam, mam, ik wil ook.
  • Hier zegt Oma, jij mag ze doorbreken.

Ze maakt een bergje bonen en ik mag ze doorbreken en in de emmer gooien. Ik mag geen mesje. Oma kan het sneller dan de anderen, haar handen zijn bijna een waas, zo snel bewegen ze om de bonen te pakken. Soms vergeet ze dat ik ze mag breken en snijdt ze ze door. Wanneer ik protesteer legt ze ze weer voor mij neer. Ook tante Leny geeft me soms een stapeltje. De tafel wordt leger en leger en dan zijn alle bonen op.

Oma staat op, pakt nog een mand en schudt ook die op de tafel, er staan er nog twee zie ik. Mijn moeder en tantes en oma praten en lachen en werken hard door, ik hoor er ook bij. Bij dit magische gebeuren op deze lange lichte zomeravond.

Lang gaat het bonen rengen door, ik lig al in bed wanneer ik ze nog steeds samen hoor lachen, moppen tappen, verhalen vertellen en soms is het even stil. Dan hoor je alleen de bonen in de emmers vallen.

Marina van Alphen december 2020

Terra

Lieve, lieve Nebula

Het is enkele omwentelingen geleden dat ik je schreef, waarvoor mijn excuus. Maar nu voel ik de drang om contact met je te zoeken. Hoe is het met jullie? Draaien jullie je rondjes nog ongestoord? Soms zie ik je vanuit de verte en heb ik de indruk dat we ons van elkaar verwijderen. Vergeleken met voorheen lijk je verder weg. Ik zou je erg gaan missen dat kan ik je wel zeggen, dus ik hoop dat ik het mis heb.

Ik schrijf je omdat ik een probleem heb, geen zorg,  met de familie gaat het wel goed hoor. De situatie is vrij constant. Natuurlijk weet ik dat niet alles kan blijven zoals het is maar ik voorzie voor ons geen drastische veranderingen. Iedereen blijft zo’n beetje in zijn baan en het leven gaat verder.

Zoals je weet heb ik al een hele poos last van mijn huid, er lijkt van alles op te groeien. Ik snap niet waarom ik daar nu zo’n last van heb en mijn broers en zussen niet maar het heeft iets te maken met mijn temperatuur en ik geloof dat ik een erg gevoelige oppervlak heb. Tot voor kort waren het vooral schimmels die zich over mij verspreiden, bruinige en zwarte schimmels in vlekken. Het jeukte soms wat maar was alleszins draaglijk. Eigenlijk vond ik de bruine kleuren wel leuk afsteken bij het groen en blauwe gewaad dat ik nu eenmaal draag.  Maar de laatste tijd beginnen er steeds meer organismen te groeien die zo’n beetje over me heen kruipen. In het begin was ook dat nog vrij onschuldig maar de laatste tijd wordt het een plaag en krijg ik op veel plekken steeds meer pijn.

Ik heb het met huismiddeltjes proberen te bestrijden, je weet dat ik me best kan verweren. Maar het bleef terugkomen. Ik probeerde vulkaanuitbarstingen, vloedgolven en zelfs wat meteorieten aan te trekken, een keer heb ik me zelfs speciaal in zo’n baan gemanoeuvreerd.  En het helpt wel, maar steeds maar voor even. Het wordt gewoon steeds erger. De laatste eeuw wordt het me allemaal teveel. Het zit nu echt overal, een ware plaag. Op een of andere manier slagen ze er ook in mijn groene gewaad steeds verder terug te dringen, die twee gaan niet goed samen blijkbaar en er komen harde plakkaten voor in de plaats, ondoordringbare vlekken die vreselijk stinken ook nog. Ik vind het erg lastig om die te verdragen. Ze dringen ook steeds verder door in mijn huid, ze graven kanalen door mijn oppervlak en leven van wat ze daar vinden. Het is ondraaglijk aan het worden.

Mijn broer neptunus stelde voor dat ik zelf wat organismen zou maken of uit het diepste van mijn oppervlak zou halen die de plaag wat zouden kunnen onderdrukken. Ik heb de vorige eeuw al wat pogingen gedaan maar altijd met tijdelijk effect, ik vond nu inderdaad iets dat zou kunnen werken. En het werkte! Het begon veel minder te stinken en even dacht ik dat ik gewonnen had. Maar het blijkt dat ze zich gewoon verstopt hadden en af hebben gewacht en nu zijn ze terug.  Het zijn slimme ettertjes. Ik heb ook last van koorts waardoor er allerlei zaken gaan verschuiven. Mijn witte kapjes worden kleiner, er komt nog meer blauw.

 Daarom schrijf ik je dus. Ik verwacht dat ik het weleens niet zou kunnen overleven. Echt, het is onvoorstelbaar, ik weet het, dat zo’n klein organismen zo’n sterke planeet zou kunnen verstikken maar ik ben er echt bang voor. Niet dat ik bang ben voor de vergetelheid of zo, we hebben niet het eeuwige leven zoals ik al eerder schreef. En misschien is het alleen een verandering waaraan ik moet wennen, maar het maakt me al met al onzeker.  Ik maak me vooral ongerust om Maan. Ze is nog klein en kan niet voor zichzelf zorgen, dus wanneer ik niet meer voor haar kan zorgen zou jij haar voogd willen zijn? Zou jij haar op willen nemen wanneer het er echt van komt straks? Ik zou je heel dankbaar zijn. Je weet dat ik je volkomen vertrouw en ik zou gerust zijn en me verder kunnen wijden aan de strijd tegen deze plaag. Maan is trouwens gezond, ze hebben het wel geprobeerd maar haar huid is niet zo gevoelig. En haar temperatuur is natuurlijk ook heel anders.

Ik hoop op een positief antwoord en mocht je nog tips hebben, graag.

Terra.

De Aarde is vandaag 4,6 miljard jaar oud, lees wat we ...

Een seconde

Wat kun je schrijven over een seconde. Wat gebeurt er in een seconde? En beschrijf dat, zoom in op die gebeurtenis.
Dat was de opdracht in de schrijfcursus.
Je kunt vallen, verongelukken, boos of blij worden, een inzicht krijgen, een aanslag meemaken of verliefd worden. En daarover schreef ik het volgende verhaal.

Zo blauw.

Het trof me, als een bliksemschicht.
En dat was al heel heel lang geleden, dit gevoel. Mijn maag zakte een stukje naar beneden, mijn knieën knikten en ik hapte naar adem.
En wat was het nou? Wat was het waardoor dit kwam? Ik ken hem al jaren, hij heeft die zwarte glanzende krullen al die tijd al. Zijn ogen waren altijd al zo blauw,, dat moet wel. Ik heb er eerder nooit zo op gelet.
Maar nu, nu hij mij van onder die krullen zo stalend aankijkt nu, nu hij mijn hand pakt, zijn duim die mijn palm licht streelt nu…. Verliefd.

Zouden de spieren van mijn maag opeens uitrekken, zo voelt het wel. En ik krijg een vuurrode kleur, ik voel mijn wangen warmer worden. Mijn palm met zijn strelende duim wordt zweterig. Dat is dan weer minder. Ik staar in die blauwe poelen. Zei hij nou iets? Vast wel maar ik heb het niet gehoord. Het komt dus ook niet door wát hij tegen me zegt. Misschien door hóe hij het zegt? Warm, vriendelijk, geamuseerd, precies passend bij die blik uit die blauw, blauw, blauwe ogen. En een van zijn krullen onderstreept het door precies midden op zijn voorhoofd opgewekt mee te dansen. En dat alles maakt dat ik hem plotseling anders zie.

Hij is de beste vriend van mijn man. Hij komt hier al tientallen jaren op feestjes. Ik kreeg even zoveel flessen wijn, bloemen en boeken van hem. Maar nu zie ik hem voor het eerst. Echt. Zijn wimpers die glanzend op zijn bruine wangen vallen, zijn mond die prachtig rood afsteekt tegen zijn perfect geknipte snorretje. Het oorbelletje in zijn linkeroor. Zijn overhemd met twee knoopjes open, een plukje borsthaar. Waarom zie ik dat nu pas?
Ik wil, ik wil hem, in zijn armen, in zijn omhelzing, zijn huis, zijn leven, zijn bed. Ik val bijna door mijn knikkende knieën. Hij vangt me op, ik lig in zijn armen precies waar ik wil zijn.

HOLA, hoor ik opeens achter me en zijn vrouw helpt me in een stoel.

Marina

Met fiets en trein van Katwijk naar Keulen

Sinds kort zit ik in de redactie van ‘De Reiziger’, het blad van ROVER. (Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer) Ik schreef voor het nummer van september over een fietsreis die ik met Conny maakte in 2018.

De Romeinen zijn in hun tijd ver naar het Noorden getrokken. De grens liep langs de Rijn, destijds een enorm brede rivier.  Het Latijnse woord voor grens is Limes, en langs die grens lopen verschillende wandel en fietsroutes. Zowel de ANWB als de stichting Europafietsers hebben Limes routes met verschillende afstanden en mogelijkheden.

Mijn fietsvriendin en ik kiezen voor de Limes fietsroute die uiteindelijk aan de Zwarte Zee uitkomt maar ons doel ligt in Keulen omdat we maar een week de tijd hebben. Ruim 330 kilometer. Het boekje van Europafietsers wordt aangeschaft. De tassen worden zo licht mogelijk ingepakt en we gaan op weg.

De route loopt steeds ongeveer langs de Rijn, dat betekent ook dat het voornamelijk vlak is. Prettig voor ons als amateurfietsers van middelbare leeftijd met bagage. In Nederland langs de Oude Rijn, de Kromme Rijn, de Nederrijn en de Waal. Pas in Duitsland heet het de Rijn.

De overnachtingen regelen we een dag vooruit, dan weten we ongeveer hoe het met de conditie gesteld is, wat voor weer het wordt en kunnen we inschatten of het tachtig of zestig kilometer zal worden. In het boekje worden overnachtingsmogelijkheden genoemd met telefoonnummers en adressen. Meestal bepaalt de ligging van het hotel of de jeugdherberg de lengte van de etappe. We vertrekken met buien, de volgende dag is het 30 graden en daarna een dag met motregen, niet ideaal, maar we schieten lekker op.

Langs de route zijn veel bezienswaardigheden die in het boekje genoemd worden, nagebouwde Romeinse nederzettingen, sluizen, mooie stadscentra met muren en poorten. Het is moeilijk maar we maken een strenge selectie anders komen we nooit in Keulen.

Er zijn veel mooie plaatsen en steden in Duitsland. In Kalkar, een Hanzestad, is niet alleen een pretpark maar ook een mooi stadsplein met vakwerk huizen. Xanten heeft een prachtige Dom en een archeologisch park, gebouwd op de resten van een Romeinse stad. En wat zijn Duitsers toch nette mensen die alles aangeharkt hebben, strak en glimmend geverfde huizen, gemaaide gazons en geknipte heggen. En steeds de rivier aan onze linker of rechterkant.

Op de website van Europafietsers raden mensen aan om voor het stuk tot Keulen een andere route te volgen, teveel industrie, teveel steden. Wij genieten eigenlijk wel van de contrasten in het landschap. Chemische fabrieken met daarna weer kilometers weilanden. Er wordt gewaarschuwd voor het gebied boven Keulen, in het spitsuur is er veel verkeer van de Ford fabrieken. Toevallig fietsen wij er op zondagmiddag en zien we enorme, verlaten parkeerterreinen waar jongeren aan het skateboarden zijn.

Ik maak een foto van dat contrast van chemie en maisveld en plotseling komt op dat stille binnenweggetje met woest geweld een auto aan scheuren. Wij zitten alweer op de fiets, moeten snel uitwijken en kijken met verbaasde ogen naar de BMW. Er zitten mannen in uniform in. Pas later realiseer ik me dat het waarschijnlijk bewakers zijn geweest . Foto’s maken van chemische installaties wordt niet gewaardeerd. Nog kilometerslang zien we de bewakers soms langs de weg geparkeerd of in de verte. Foutje!

In een weiland is een koe aan het kalven, vlak bij het fietspad. We stoppen. De moeder wordt bijgestaan door een tweede koe. Dat is vast de verloskundige bedenken we. Er is al ­één kalf geboren, het wordt door beide dames besnuffeld en gelikt en doet al pogingen om op te staan. Maar er komt er nog een. We vallen helemaal stil bij dit wonder. De boer komt even kijken of het koeien of stiertjes zijn en vindt dat de dames zich wel redden. Hij laat de verdere gang van zaken aan hen over. En terecht.

Op de laatste dag zijn we maar 20 kilometer van Keulen, we besluiten een omweg te maken naar museum Hombroich, een bijzonder museum, een park eigenlijk. Verspreid in het groen staan sculpturen en gebouwen met allerlei kunstwerken, modern en antiek. Schilderijen, beelden, prachtig. Heel fijn om rond te lopen. Een aanrader.

In Keulen blijken ze in de jeugdherberg tweepersoons kamers te hebben en een tram voor de deur. We genieten van een dag in de schaduw van de Dom. Een bezoek aan het station om kaartjes voor de terugreis te kopen verloopt heel prettig. De jongedame doet erg haar best om de snelste en goedkoopste route voor ons te vinden. Ze overhandigt ons de kaartjes met een verontschuldigende blik. Wat dat rare vierkant op het geprinte ticket doet kan ze ons helaas niet vertellen. In de toelichting staat dat je het ergens op moet leggen. We stellen haar gerust, de QR-code kennen we.

Minder fijn is dat de in ICE, de Duitse intercity naar Nederland geen fietsen zijn toegestaan. We moeten drie keer overstappen. In Mönchengladbach, in Venlo en nog een keer in Utrecht.

Ik vind met de fiets op het perron staan al een crime, waar komen de deuren? En welk van die deuren is dan voor fietsers? Hoe lang blijft hij staan, kunnen we heen en weer lopen om te zoeken of gaan de deuren dan al dicht. Deze keer is geen uitzondering. We zien geen deur met een fiets erop, zetten ze die er wel op in Duitsland? Het zweet breekt me uit, wat doen we nu? We persen ons gestressed in een ruimte die daar duidelijk niet voor gemaakt is. Het stuur een beetje schuin en aanschuiven. We zullen uit moeten stappen als er iemand uit wil en hopelijk hoeft er niemand naar het toilet maar we zitten erin en we gaan er niet meer uit.

Een vriendelijke mevrouw komt vertellen dat er in een coupe verderop meer plek is. En door de inmiddels rijdende trein wringen we ons, met fietstassen die steeds achter bankjes haken, naar de juiste plek. Hè hè. Uitgeput zakken we op een bankje. En dit nóg drie keer.

Marina van Alphen

  • Museum Insel Hombroich, Minkel 2, 41472 Neuss; www.inselhombroich.de/de
  • In de app van de Deutsche Bahn en op de website kun je vinden welke ICE treinen wel fietsen mee kunnen. Reserveren is verplicht op een dag en tijd. Kosten rond de 10 euro afhankelijk van waar je naartoe gaat. www.bahn.de
  • www.europafietsers.nl; Limes route deel 1. Ook voor routes op fietsrouteplanners en op de telefoon. Of http://www.fietswinkel.nl die hebben een app voor routes.

Ontspan!

Ik lig nu al 2 uur wakker, het is 3:25 uur, de rode letters van de wekker branden in mijn ogen. Ik adem langzaam uit. Zucht. Ik ben al naar het toilet geweest, heb een slokje gedronken en ben weer onder het dekbed gekropen. Meteen daarna moest Jan ook naar het toilet. Vast wakker geworden van mij. Ik lig nu maar zo stil mogelijk. Straks liggen we nog allebei wakker.

Waarom krijg je altijd zoveel van die bijzondere gedachten ‘s nachts? Heeft iedereen dat? Allerlei zaken die ik me afvraag. Hoe zou het nu met de vluchtelingen zijn aan de Griekse grens, zou het daar koud zijn? Heb ik gisteren wel nieuw toiletpapier meegenomen bij de Jumbo? Er wordt gehamsterd en zoveel had ik niet meer. Zal ik het nieuwe boek van Esther Verhoef kopen? Het zijn allemaal korte verhalen, zou dat leuk zijn? Ik heb nog wel een boekenbon liggen geloof ik.

HOUD OP! Ik ga ontspanningsoefeningen doen, misschien helpt het. Aanspannen van mijn voeten, kuiten, bovenbenen en weer los. Helemaal los, zwaar zwaar wordt het. Handen, onderarmen, bovenarmen, schouders. En los, los, nek, kaken en ogen, en los, los, zwaar, zwaar. Buikademhaling.

Heb ik nou nog spruitjes? Dan kan ik morgen een stoofschoteltje maken. Misschien is dat wel lekker met sojastukjes. Nu het de week zonder vlees is. En met dat lekkere kruidenmengsel kan ik het een beetje Grieks maken. Zouden de kinderen dat lusten? Of moet ik dan voor hen wat anders… Getver, lig ik weer te denken, houd toch op mens! SLAPEN! Nog een keer ontspanningsoefeningen? Of een geleide fantasie deze keer. Oké. De huisfantasie.

Ik kom aan bij een huis, een huis zoals in mijn dromen, het heeft natuurlijk een torentje en Griekse zuilen voor het huis. Het is juni, lekker warm en alles is groen. Bijen zoemen, het grint knarst onder mijn voeten, ik ruik bloemen. Vogels fluiten zoals ze dat in het voorjaar doen. MMM. De zon op mijn huid, op mijn haar. Ik loop het huis in. Leg mijn sleutels op een tafeltje dat heel handig dicht bij de voordeur staat. Loop de gang door die uitkomt op het terras. Er is verder niemand in het huis, ik ben alleen. Vanaf het terras loopt een trapje met 3 treden naar de tuin. Een groot groen, kort gemaaid grasveld met af en toe een madeliefje, ik loop eroverheen, het veert onder mijn voeten en ik loop richting het doolhof dat achter het grasveld is gemaakt. Ik stap binnen in een groene, donkere wereld, de zon verstopt zich achter de enorme coniferen die dit honderden jaren oude doolhof omz…

Jan hoest, hij hoest vreselijk. En dan draait hij zich om en neemt het dekbed mee waardoor ik de kou op mijn rug voel. Het doolhof is weg, mijn droomhuis is weg en ik heb mijn sleutels laten liggen! Waar zijn mijn sleutels eigenlijk? STOP! Ze zitten gewoon in je tas, het was fantasie, niet piekeren nu. Eerst het dekbed weer heroveren. Jan gromt maar laat het dekbed toch voldoende los zodat ik weer warm lig. Nog steeds wakker. 3.55 uur. Ik zucht.

Wanneer heb ik nu voor het laatst mijn haren gewassen? Oh ja vrijdag na het fietsen, morgen maar weer doen dan. Eerst sporten met Jannie en dan lekker douchen. Er ligt ook nog een berg strijkgoed. En ik wil dat kastje nog verven. Wit denk ik. Of zou ik het laatje blauw maken, wel een grappig contrast misschien.  Het doolhof. Ik wil terug naar het doolhof. Terug naar het huis. Even concentreren en ik loop weer met verende stappen over het gras, ik zit erop, ik ga liggen in het gras.

De wekker zoemt, heel hard. Jezus hoe laat is het? 7:15 schreeuwt de wekker. Jan rekt zich uit en staat in een beweging naast zijn bed. Ik draai me nog even om. Ik hoor de kinderen ook al. Ik pluk iets van mijn wang, er plakt iets.

Het is een madeliefje.

Marina. april 2020.