Een seconde

Wat kun je schrijven over een seconde. Wat gebeurt er in een seconde? En beschrijf dat, zoom in op die gebeurtenis.
Dat was de opdracht in de schrijfcursus.
Je kunt vallen, verongelukken, boos of blij worden, een inzicht krijgen, een aanslag meemaken of verliefd worden. En daarover schreef ik het volgende verhaal.

Zo blauw.

Het trof me, als een bliksemschicht.
En dat was al heel heel lang geleden, dit gevoel. Mijn maag zakte een stukje naar beneden, mijn knieën knikten en ik hapte naar adem.
En wat was het nou? Wat was het waardoor dit kwam? Ik ken hem al jaren, hij heeft die zwarte glanzende krullen al die tijd al. Zijn ogen waren altijd al zo blauw,, dat moet wel. Ik heb er eerder nooit zo op gelet.
Maar nu, nu hij mij van onder die krullen zo stalend aankijkt nu, nu hij mijn hand pakt, zijn duim die mijn palm licht streelt nu…. Verliefd.

Zouden de spieren van mijn maag opeens uitrekken, zo voelt het wel. En ik krijg een vuurrode kleur, ik voel mijn wangen warmer worden. Mijn palm met zijn strelende duim wordt zweterig. Dat is dan weer minder. Ik staar in die blauwe poelen. Zei hij nou iets? Vast wel maar ik heb het niet gehoord. Het komt dus ook niet door wát hij tegen me zegt. Misschien door hóe hij het zegt? Warm, vriendelijk, geamuseerd, precies passend bij die blik uit die blauw, blauw, blauwe ogen. En een van zijn krullen onderstreept het door precies midden op zijn voorhoofd opgewekt mee te dansen. En dat alles maakt dat ik hem plotseling anders zie.

Hij is de beste vriend van mijn man. Hij komt hier al tientallen jaren op feestjes. Ik kreeg even zoveel flessen wijn, bloemen en boeken van hem. Maar nu zie ik hem voor het eerst. Echt. Zijn wimpers die glanzend op zijn bruine wangen vallen, zijn mond die prachtig rood afsteekt tegen zijn perfect geknipte snorretje. Het oorbelletje in zijn linkeroor. Zijn overhemd met twee knoopjes open, een plukje borsthaar. Waarom zie ik dat nu pas?
Ik wil, ik wil hem, in zijn armen, in zijn omhelzing, zijn huis, zijn leven, zijn bed. Ik val bijna door mijn knikkende knieën. Hij vangt me op, ik lig in zijn armen precies waar ik wil zijn.

HOLA, hoor ik opeens achter me en zijn vrouw helpt me in een stoel.

Marina

Met fiets en trein van Katwijk naar Keulen

Sinds kort zit ik in de redactie van ‘De Reiziger’, het blad van ROVER. (Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer) Ik schreef voor het nummer van september over een fietsreis die ik met Conny maakte in 2018.

De Romeinen zijn in hun tijd ver naar het Noorden getrokken. De grens liep langs de Rijn, destijds een enorm brede rivier.  Het Latijnse woord voor grens is Limes, en langs die grens lopen verschillende wandel en fietsroutes. Zowel de ANWB als de stichting Europafietsers hebben Limes routes met verschillende afstanden en mogelijkheden.

Mijn fietsvriendin en ik kiezen voor de Limes fietsroute die uiteindelijk aan de Zwarte Zee uitkomt maar ons doel ligt in Keulen omdat we maar een week de tijd hebben. Ruim 330 kilometer. Het boekje van Europafietsers wordt aangeschaft. De tassen worden zo licht mogelijk ingepakt en we gaan op weg.

De route loopt steeds ongeveer langs de Rijn, dat betekent ook dat het voornamelijk vlak is. Prettig voor ons als amateurfietsers van middelbare leeftijd met bagage. In Nederland langs de Oude Rijn, de Kromme Rijn, de Nederrijn en de Waal. Pas in Duitsland heet het de Rijn.

De overnachtingen regelen we een dag vooruit, dan weten we ongeveer hoe het met de conditie gesteld is, wat voor weer het wordt en kunnen we inschatten of het tachtig of zestig kilometer zal worden. In het boekje worden overnachtingsmogelijkheden genoemd met telefoonnummers en adressen. Meestal bepaalt de ligging van het hotel of de jeugdherberg de lengte van de etappe. We vertrekken met buien, de volgende dag is het 30 graden en daarna een dag met motregen, niet ideaal, maar we schieten lekker op.

Langs de route zijn veel bezienswaardigheden die in het boekje genoemd worden, nagebouwde Romeinse nederzettingen, sluizen, mooie stadscentra met muren en poorten. Het is moeilijk maar we maken een strenge selectie anders komen we nooit in Keulen.

Er zijn veel mooie plaatsen en steden in Duitsland. In Kalkar, een Hanzestad, is niet alleen een pretpark maar ook een mooi stadsplein met vakwerk huizen. Xanten heeft een prachtige Dom en een archeologisch park, gebouwd op de resten van een Romeinse stad. En wat zijn Duitsers toch nette mensen die alles aangeharkt hebben, strak en glimmend geverfde huizen, gemaaide gazons en geknipte heggen. En steeds de rivier aan onze linker of rechterkant.

Op de website van Europafietsers raden mensen aan om voor het stuk tot Keulen een andere route te volgen, teveel industrie, teveel steden. Wij genieten eigenlijk wel van de contrasten in het landschap. Chemische fabrieken met daarna weer kilometers weilanden. Er wordt gewaarschuwd voor het gebied boven Keulen, in het spitsuur is er veel verkeer van de Ford fabrieken. Toevallig fietsen wij er op zondagmiddag en zien we enorme, verlaten parkeerterreinen waar jongeren aan het skateboarden zijn.

Ik maak een foto van dat contrast van chemie en maisveld en plotseling komt op dat stille binnenweggetje met woest geweld een auto aan scheuren. Wij zitten alweer op de fiets, moeten snel uitwijken en kijken met verbaasde ogen naar de BMW. Er zitten mannen in uniform in. Pas later realiseer ik me dat het waarschijnlijk bewakers zijn geweest . Foto’s maken van chemische installaties wordt niet gewaardeerd. Nog kilometerslang zien we de bewakers soms langs de weg geparkeerd of in de verte. Foutje!

In een weiland is een koe aan het kalven, vlak bij het fietspad. We stoppen. De moeder wordt bijgestaan door een tweede koe. Dat is vast de verloskundige bedenken we. Er is al ­één kalf geboren, het wordt door beide dames besnuffeld en gelikt en doet al pogingen om op te staan. Maar er komt er nog een. We vallen helemaal stil bij dit wonder. De boer komt even kijken of het koeien of stiertjes zijn en vindt dat de dames zich wel redden. Hij laat de verdere gang van zaken aan hen over. En terecht.

Op de laatste dag zijn we maar 20 kilometer van Keulen, we besluiten een omweg te maken naar museum Hombroich, een bijzonder museum, een park eigenlijk. Verspreid in het groen staan sculpturen en gebouwen met allerlei kunstwerken, modern en antiek. Schilderijen, beelden, prachtig. Heel fijn om rond te lopen. Een aanrader.

In Keulen blijken ze in de jeugdherberg tweepersoons kamers te hebben en een tram voor de deur. We genieten van een dag in de schaduw van de Dom. Een bezoek aan het station om kaartjes voor de terugreis te kopen verloopt heel prettig. De jongedame doet erg haar best om de snelste en goedkoopste route voor ons te vinden. Ze overhandigt ons de kaartjes met een verontschuldigende blik. Wat dat rare vierkant op het geprinte ticket doet kan ze ons helaas niet vertellen. In de toelichting staat dat je het ergens op moet leggen. We stellen haar gerust, de QR-code kennen we.

Minder fijn is dat de in ICE, de Duitse intercity naar Nederland geen fietsen zijn toegestaan. We moeten drie keer overstappen. In Mönchengladbach, in Venlo en nog een keer in Utrecht.

Ik vind met de fiets op het perron staan al een crime, waar komen de deuren? En welk van die deuren is dan voor fietsers? Hoe lang blijft hij staan, kunnen we heen en weer lopen om te zoeken of gaan de deuren dan al dicht. Deze keer is geen uitzondering. We zien geen deur met een fiets erop, zetten ze die er wel op in Duitsland? Het zweet breekt me uit, wat doen we nu? We persen ons gestressed in een ruimte die daar duidelijk niet voor gemaakt is. Het stuur een beetje schuin en aanschuiven. We zullen uit moeten stappen als er iemand uit wil en hopelijk hoeft er niemand naar het toilet maar we zitten erin en we gaan er niet meer uit.

Een vriendelijke mevrouw komt vertellen dat er in een coupe verderop meer plek is. En door de inmiddels rijdende trein wringen we ons, met fietstassen die steeds achter bankjes haken, naar de juiste plek. Hè hè. Uitgeput zakken we op een bankje. En dit nóg drie keer.

Marina van Alphen

  • Museum Insel Hombroich, Minkel 2, 41472 Neuss; www.inselhombroich.de/de
  • In de app van de Deutsche Bahn en op de website kun je vinden welke ICE treinen wel fietsen mee kunnen. Reserveren is verplicht op een dag en tijd. Kosten rond de 10 euro afhankelijk van waar je naartoe gaat. www.bahn.de
  • www.europafietsers.nl; Limes route deel 1. Ook voor routes op fietsrouteplanners en op de telefoon. Of http://www.fietswinkel.nl die hebben een app voor routes.

Ontspan!

Ik lig nu al 2 uur wakker, het is 3:25 uur, de rode letters van de wekker branden in mijn ogen. Ik adem langzaam uit. Zucht. Ik ben al naar het toilet geweest, heb een slokje gedronken en ben weer onder het dekbed gekropen. Meteen daarna moest Jan ook naar het toilet. Vast wakker geworden van mij. Ik lig nu maar zo stil mogelijk. Straks liggen we nog allebei wakker.

Waarom krijg je altijd zoveel van die bijzondere gedachten ‘s nachts? Heeft iedereen dat? Allerlei zaken die ik me afvraag. Hoe zou het nu met de vluchtelingen zijn aan de Griekse grens, zou het daar koud zijn? Heb ik gisteren wel nieuw toiletpapier meegenomen bij de Jumbo? Er wordt gehamsterd en zoveel had ik niet meer. Zal ik het nieuwe boek van Esther Verhoef kopen? Het zijn allemaal korte verhalen, zou dat leuk zijn? Ik heb nog wel een boekenbon liggen geloof ik.

HOUD OP! Ik ga ontspanningsoefeningen doen, misschien helpt het. Aanspannen van mijn voeten, kuiten, bovenbenen en weer los. Helemaal los, zwaar zwaar wordt het. Handen, onderarmen, bovenarmen, schouders. En los, los, nek, kaken en ogen, en los, los, zwaar, zwaar. Buikademhaling.

Heb ik nou nog spruitjes? Dan kan ik morgen een stoofschoteltje maken. Misschien is dat wel lekker met sojastukjes. Nu het de week zonder vlees is. En met dat lekkere kruidenmengsel kan ik het een beetje Grieks maken. Zouden de kinderen dat lusten? Of moet ik dan voor hen wat anders… Getver, lig ik weer te denken, houd toch op mens! SLAPEN! Nog een keer ontspanningsoefeningen? Of een geleide fantasie deze keer. Oké. De huisfantasie.

Ik kom aan bij een huis, een huis zoals in mijn dromen, het heeft natuurlijk een torentje en Griekse zuilen voor het huis. Het is juni, lekker warm en alles is groen. Bijen zoemen, het grint knarst onder mijn voeten, ik ruik bloemen. Vogels fluiten zoals ze dat in het voorjaar doen. MMM. De zon op mijn huid, op mijn haar. Ik loop het huis in. Leg mijn sleutels op een tafeltje dat heel handig dicht bij de voordeur staat. Loop de gang door die uitkomt op het terras. Er is verder niemand in het huis, ik ben alleen. Vanaf het terras loopt een trapje met 3 treden naar de tuin. Een groot groen, kort gemaaid grasveld met af en toe een madeliefje, ik loop eroverheen, het veert onder mijn voeten en ik loop richting het doolhof dat achter het grasveld is gemaakt. Ik stap binnen in een groene, donkere wereld, de zon verstopt zich achter de enorme coniferen die dit honderden jaren oude doolhof omz…

Jan hoest, hij hoest vreselijk. En dan draait hij zich om en neemt het dekbed mee waardoor ik de kou op mijn rug voel. Het doolhof is weg, mijn droomhuis is weg en ik heb mijn sleutels laten liggen! Waar zijn mijn sleutels eigenlijk? STOP! Ze zitten gewoon in je tas, het was fantasie, niet piekeren nu. Eerst het dekbed weer heroveren. Jan gromt maar laat het dekbed toch voldoende los zodat ik weer warm lig. Nog steeds wakker. 3.55 uur. Ik zucht.

Wanneer heb ik nu voor het laatst mijn haren gewassen? Oh ja vrijdag na het fietsen, morgen maar weer doen dan. Eerst sporten met Jannie en dan lekker douchen. Er ligt ook nog een berg strijkgoed. En ik wil dat kastje nog verven. Wit denk ik. Of zou ik het laatje blauw maken, wel een grappig contrast misschien.  Het doolhof. Ik wil terug naar het doolhof. Terug naar het huis. Even concentreren en ik loop weer met verende stappen over het gras, ik zit erop, ik ga liggen in het gras.

De wekker zoemt, heel hard. Jezus hoe laat is het? 7:15 schreeuwt de wekker. Jan rekt zich uit en staat in een beweging naast zijn bed. Ik draai me nog even om. Ik hoor de kinderen ook al. Ik pluk iets van mijn wang, er plakt iets.

Het is een madeliefje.

Marina. april 2020.

Contact

Voorzichtig manoeuvreer ik wat dressing naast het bladerdeegbakje met ragout om er daarna twee sprietjes bieslook kruislings bovenop te leggen. Het ziet er leuk uit.

Ik zet het bordje voor Sasha neer. ‘Ik vind ze eigenlijk wat klein, die bladerdeegbakjes, nu ik ze zo op het bord zie liggen. Maar dan zou ik een grotere vorm moeten hebben.’ Met die woorden doe ik mijn schort af en ga ik tegenover haar zitten. Ze neemt een klein slokje van haar wijn en pakt haar bestek. ‘Mooi hoor Eline,’ zegt ze.
We eten in stilte.
‘ik vroeg me vanmorgen af,  wanneer je eieren gekookt hebt en je hebt ze afgegoten en afgespoeld dat je dan het pannetje zo weer in de kast kan zetten. Het lijkt altijd zo schoon en het heeft vijf minuten gekookt. Die bacteriën hebben al lang het loodje gelegd en de pan is blinkend dus waarom alles in de afwasmachine?’
Sasha kijkt me peinzend aan, ‘waarom doe je dat altijd?’
‘Wat doe ik, eieren koken?’
‘Jezelf naar beneden halen? Die bakjes zijn te klein of er is iets anders niet helemaal in de haak en nu die pan weer. Je kookt goddelijk maar je zegt altijd wat er beter kan of anders of wat niet helemaal gelukt is. Waarom?’
Ik staar haar even aan, ja waarom? Ik wil meteen de verdediging ingaan. Hoezo haal ik mezelf naar beneden, dat doe ik helemaal niet. Of in ieder geval is dat niet wat ik met zo’n opmerking bedoel. Nee absoluut niet. Maar wat wil ik er dan wel mee? Waarom zeg ik dat? Ik kook vaak voor vrienden en ben trots op wat ik kook. Het smaakt altijd prima, precies zoals Sacha zegt. Waarom benoem ik dan altijd waar ik niet tevreden mee ben?
‘Nou ja, ik wil mezelf blijven verbeteren en voor de volgende keer onthouden wat ik anders moet doen, daarom denk ik.’
Sasha kijkt me peinzend aan. ‘En moet je dat persé doen voor je gasten? Kan dat niet in stilte in de keuken of in een notitieboekje of met andere kookliefhebbers? Zonder dat je je eigen maaltijd tekort doet voor je bezoek.’
Tja, daar heeft ze wel een punt natuurlijk. Het is gewoon iets dat me dan bezig houdt en waaraan ik uiting kan geven in het gezelschap met vrienden. Is dat bijzonder? Doen anderen dat niet? Nu ik erover nadenk bijt Sacha nog liever haar tong af dan dat ze openlijk toegeeft dat ze aan zichzelf twijfelt. Misschien kan dat ook niet wanneer je in de marketing en communicatie zit. Altijd vol vertrouwen en positief blijven.
‘Misschien,’  verwoord ik aarzelend, ‘misschien is het ook een manier om in gesprek te komen, in contact te komen met anderen. Voor mij is me kwetsbaar opstellen een manier om op een niet bedreigende manier met anderen een conversatie te starten.’
‘Jij, bedreigend?’ Sasha kijkt me fronsend aan, ‘oké, dat kan, maar ben je dan zo bang bedreigend over te komen? En wat is daar eigenlijk mis mee, met bedreigend zijn.’
Daar heb ik dan weer geen antwoord op, is daar wat mis mee? Nou nee, behalve dat ik dat in mijn leven niet wil zijn. Dat Sasha dat niet erg vindt, oké dat kan, maar dan hoef ik dat nog niet te zijn, toch?
‘Zeg jij bent wel in een heel analytische stemming vandaag,’ open ik de tegenaanval, ‘ben je gisteren weer bij je therapie geweest?’
Sasha zakt een beetje naar beneden in haar stoel lijkt het. ‘Ja, hard gewerkt en veel geleerd, sorry dat ik jou erin mee sleur, zo had ik het niet bedoeld.’
‘Niks erg hoor Sash, ook erg leerzaam voor mij.
Zie je hoe mooi die slablaadjes erbij liggen? Ik ben toch wel een geweldige kok hè!’
We eten van de tweede gang, een gevuld kipfiletje met gebakken krieltjes en boontjes gewikkeld in een plakje spek. Ik houd me in en zeg niet dat ik graag wat dikker spek had gekocht maar dat dat er niet was. Sasha heeft gelijk het ziet er gewoon mooi uit. Wat maakt het eigenlijk uit.
‘In de therapie’ vervolgt Sasha de conversatie, ‘hadden we het erover dat je patronen in je handelen zo moeilijk kunt veranderen. Je merkt dat iets werkt in een relatie, dat het prettig is voor jou, dat je eruit haalt wat je wilt. En dan is het soms lastig om je te realiseren dat dat zelfde gedrag niet werkt in een andere relatie. Ik moet de komende weken…,’ ze wacht even, haar ogen gericht op haar bord, ‘nee ik gá de komende weken voorbeelden zoeken van gewoontes in mijn gedrag en proberen na te gaan waar het wel en waar het niet werkt.’ Ze kijkt me aan. ‘En ik zie dat soort patronen natuurlijk eerder bij een ander dan bij mezelf. Dat past dan weer bij mij. Dus vandaar ons eerdere gesprekje.’
Ik neem nog een hapje bonen met spek. Ze heeft weer gelijk. Ik pas de kwetsbaarheid-techniek te pas en onpas toe. Ik winkels, in gesprekken met vrienden, op mijn werk. Zonder me nou af te vragen of dat altijd wel de goede techniek is op dat moment. Het werkt, maar het heeft me ook weleens opgebroken bij een zeer autoritaire gesprekpartner die finaal over me heen rolde. Kwetsbaar vrouwtje, die hebben we in de zak. Maar ik heb ook een andere kant die ik kan gebruiken. Ik grinnik.
Sasha kijkt me verbaasd aan.
‘Sorry, ik denk na over mijn patroon en wat me dat brengt maar ook over wanneer ik dat toch anders zou kunnen aanpakken. Heel leerzaam zo’n vriendin in therapie.’
Sasha kijkt me wat somber aan. ‘Nou graag gedaan.’ Kun je mij ook helpen met mijn patronen? Want ik zie ze echt niet.’
‘Nou ja, je zegt het zelf al, zelfreflectie. Ondanks alle psychologie in je opleiding is marketing toch vooral gericht op mensen overtuigen. Daarvoor maak je contact. En wanneer het doel bereikt is is het klaar. Maar in het echte leven kom je elkaar steeds weer tegen en dat vraagt regelmatig een andere insteek. Je zou af en toe stil moeten staan in plaats van almaar doorgaan en nadenken over je eigen rol, het zou je kunnen helpen om je patronen te ontdekken. Of wacht, dat ís een patroon. Je hebt er belang bij om niet teveel stil te staan bij hoe je je voelt of gedraagt.
Sasha kucht, haar ogen zijn strak op haar bord gericht. Even denk ik dat ze huilt. Dat zou de allereerste keer in 20 jaar vriendschap zijn. Ze pakt haar mes en vork, snijdt een stukje van de bonen af en  steekt een hapje in haar mond. ‘Mmm. Heerlijk, maar dat reepje spek had wel wat dikker gemogen.’
Ik wil reageren maar ze gaat onverstoorbaar door.
‘En over die eieren, ik heb een eierkoker, die hoef je helemaal niet af te wassen. Heel handig, kan ik je aanraden.’

Marina, januari 2020

In de war?

Een verhaal naar aanleiding van een krantenartikel over een nieuwe wet per 1 januari. 

Jan heeft net naar buiten gekeken, er is niemand op straat. Een onnatuurlijke rust eigenlijk. Bep, de buurvrouw links veegt op donderdag altijd haar stoepje, buurman Bert wast altijd zijn auto om 10.00 uur en rechts wordt geschoffeld. Maar vandaag niets. We hebben met angst en beven op deze dag gewacht. Gisteren was het een zondag en moest iedereen bijkomen van oliebollen en vuurwerk maar vandaag zullen ze in actie komen, daar kun je op wachten.

We wonen hier nog niet zo lang, dit huis hebben we van het najaar gekregen omdat die zeikerds in de flat onder ons steeds klaagden over geluid dat wij zouden maken. Nou Boehoehoeien. Wij zijn nou eenmaal avondmensen en dat zij om 10 uur al op een oor liggen te luisteren naar hakken op het laminaat, ja, daar kunnen wij natuurlijk niet steeds rekening mee houden. Dus vandaar deze sociale huurwoning in dit buurtje. We zagen al wel dat het allemaal zo keurig was, kort gemaaide gazonnetjes, dahlia’s in de borders. Die had mijn Oma ook altijd, Dahlia’s. En verder ook veel bloemetjes zal ik maar zeggen, zonnewijzers, kabouters en vlinders op steeltjes. Maar ach wat maakt ons dat uit. Leven en laten leven zeg ik altijd. Wij konden een partijtje grindtegels op de kop tikken en Jan heeft ze er toch best recht ingelegd. Er komt nu wel wat onkruid tussendoor maar het ziet er netjes uit.

De tweede dag kwam de buurvrouw, ‘zeg maar Bep hoor’, met een cake om ons welkom te heten. Nou gezellig toch? Wij zaten net met een pilsje aan de lunch dus we hebben haar meteen binnen gevraagd. Ja dat doe je toch met je buren? Niet dan? Ze bleef niet zo lang want ze is wat astmatisch vertelde dus ze kon niet zo goed tegen de sigarettenrook. Ik bood nog aan om de elektrische te pakken maar dat maakte niet zoveel verschil geloof ik. Nou ja. Ook goed.

We zijn heel blij met deze woning want nu kunnen we eindelijk onze grote wens in vervulling laten gaan: we fokken bouviers. We hebben er nou drie achter in het tuintje in een grote kennel en ze zijn alle drie drachtig. Dus dat is leuk als extraatje op onze uitkeringen.
Nou dat was meteen weer bal hier, de achterburen vonden dat ze wel veel blaften en dat het stonk, konden we misschien wat vaker met ze wandelen en de poep opruimen. Nou ja, wandelen!, nee hoor daar beginnen we natuurlijk niet aan. We zijn geen mietjes, bovendien zijn die beesten levensgevaarlijk. En dat poep ruimen doen we dus regelmatig hoor. Dus nou, ze wennen er maar aan hoor.
Wat denk je? Week later de politie op de stoep, stankoverlast. Het was november! Dan zit je toch niet meer op je terrasje. Maar dat deed er niet toe volgens hunnie, nu hebben we een hogedrukspuit gekocht en spuiten de hokken iedere dag schoon, het stroomt prima weg door het pad achter het huis dus dat is ook weer opgelost.

Nou ja, totdat andere buren ook begonnen te klagen, de gordijnen waren wel erg lang dicht. Er werden wel heel veel kratten bier bezorgd en er hing nooit was buiten. Nou ja, dat zijn hun zaken toch niet? Bep, de buurvrouw links begon zelfs te praten over verwarde personen en overlast gevende individuen en dat je daar binnenkort iets tegen kon doen. Iets tegen doen?

Nou dat is vandaag dus. Die nieuwe wet maakt dat iedereen aangifte kan doen tegen verwarde personen. Vanaf 1 januari. We doen nu de gordijnen open als we naar bed gaan, en we kopen van die grote kartonnen pakken wijn en tonnetjes bier, die rammelen niet. En Jan heeft gisteren een hele fles parfum over die klerezooi in het paadje achter gegoten. Die parfum was nog van mijn moeder. Maar of het genoeg is…

Het is toch wat dat je je zo moet beveiligen tegen je eigen buren! Dat zou toch niet nodig moeten zijn. Wie is er nu in de war?