Hallo, welkom op mijn website. Ik schrijf columns, onder andere voor het blad van het Gilde van de Gidsen in Amersfoort. Ik schrijf fiets-reisverhalen voor het blad van De Reiziger van Rover (vereniging voor Reizigers in het Openbaar VERvoer). En ik schrijf verhaaltjes omdat ik daar lol in heb. Je zult dus een variatie aan schrijfsels aantreffen op mijn website. Veel lees plezier.
Mijn goede voornemen voor 2026 is om iedere maand rond de 10e een verhaal of column op de website te zetten.
Op bezoek ben bij een vriendin blijft deze wel heel lang in de keuken om koffie te halen. Wanneer ze terugkomt heeft ze een dienblaadje in haar hand met daarop vier kopjes en lepeltjes. ‘Ik heb deze koffie, TT dat is koffie zoals ik hem wil maar ik wilde er daar dus vier van. Maar dat kan niet dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen bij het begin.’ We kijken haar vragend aan. Zij schiet in de lach.
Ze vertelt dat haar dochter van haar werkgever een kapotte luxe koffiemachine had meegebracht. Haar man, een echte techneut houdt wel van een uitdaging en was hem gaan repareren. Net op dat moment gaf hun eigen koffiemachine de geest en jawel. De werkmachine staat nu in haar keuken. Maar het is een luxe en ook ingewikkeld apparaat. Met aparte vakjes voor bonen, die hij / het dan zelf kan malen. Maar ook een vakje voor gemalen koffie. Dat kan ook. Je kunt je eigen favoriet opslaan, als TT bijvoorbeeld. En dan nog wat extra water erbij doen. Of niet. En twee keer je eigen voorkeur kan dus niet. Misschien ter bescherming van een overdosis? Je weet het niet. Op de meest rare momenten begint hij zichzelf ook bezig te houden met een of ander schoonmaakproces. Waardoor er water uitkomt, dat komt dan in een opvangbakje. Dat bakje meldt dat het vol is, als je dat niet leegt kun je geen koffie meer zetten. Een van de aanwezigen oppert om er een kopje onder te zetten. Dat gooit gemakkelijker weg. Maar nee, het apparaat trapt daar niet in. Hij blijft melden dat de opvangbak vol is. En even eruit klikken en weer terug. Nee ook dat werkt niet. Hij weet dat je hem wil trucken. Dat kan niet.
We schieten collectief in de lach. Wie heeft er nou nooit ruzie met apparaten immers. Met intelligente apparaten wel te verstaan. Het kopieerapparaat dat meldt dat er een pagina minder op de stapel ligt dan even ervoor. Ja, dat was de bedoeling. BEMOEI JE ER NIET MEE! Het computerprogramma dat je niet in wil laten loggen met een wachtwoord omdat dat al gebruikt is. JA, DAT WIL IK OOK. Mijn tandenborstel die zegt dat ik te hard druk of niet lang genoeg poets. En dat ik dat allemaal in een app kan teruglezen. DAT WIL IK HELEMAAL NIET. Tegenwoordig meldt outlook soms bij een mail dat ik niet vaak mail krijg van deze afzender, of het wel klopt? WAT IS DAT VOOR GEZEIK?
Misschien is het de leeftijd maar ik val graag terug op onintelligente, domme apparaten. Filterkoffie, heerlijk en niemand die me vraag om het filter te legen. Dat weet ik zelf wel. Handtandenborstels die geen commentaar op me leveren zodat ik me niet schuldig hoef te voelen. Goedkope kopieerapparaten die het niet kan schelen hoeveel pagina’s ik erop heb liggen.
Afijn het koffieapparaat van mijn vriendin bevalt niet zo goed, ik ben vergeten te vragen of hun eigen apparaat nog te repareren was. Dan kunnen ze weer naar het bekende terug. De werkgever van de dochter had overigens laten weten dat, ook als het apparaat gemaakt was, ze het niet terug hoefden te hebben.
Dit artikel verschijnt binnenkort in het blad ‘De Reiziger’ van Rover (Vereniging Reizigers voor Openbaar VERvoer) Een preview dus voor jullie. sssst.
Meivakantie, negen uur in het station, want eerder mag je fiets niet mee. Ik stap met wat moeite in, samen met heel veel andere mensen, ik sta dwars in het halletje, met alle tassen er nog op. Ik kan niet voor of achteruit, alles staat klem. Gelukkig is het maar 13 minuten van Amersfoort naar Utrecht.
In Utrecht wacht mijn vriendin op me, we gaan samen een week fietsen, vandaag naar Maastricht met de trein en dan, het Fietserspad naar Groningen. Het meest bekende wandelpad van Nederland, het Pieterpad, heeft een fietsversie en wij gaan die eer aan doen.
Mijn vriendin is met een aanmerkelijk rustigere trein uit Hilversum gekomen en ook die naar Maastricht blijkt een oase van rust. We besluiten in de hal, (of heet dat nog balkon?) met zitje te blijven dan kunnen we onze tweewielers een beetje in de gaten houden. Wanneer de conducteur langskomt vertelt hij dat hij heeft meegemaakt dat mensen hun fiets kwijt raakten terwijl ze in de coupee zaten. Iemand anders pakte de fiets, stapte uit en… weg. Heel vervelend. “Dus verstandig dames, altijd op slot en in de gaten houden”. Bij deze geef ik de tip graag door.
In Maastricht fietsen we via een stuk stadsmuur en het park De Groene Loper, dat is aangelegd waar vroeger de A2 liep, naar Sittard. We starten niet helemaal op de Pietersberg, ik las dat je daar niet met de fiets kan komen. (Bij een winters bezoek blijkt dat niet te kloppen, je kunt fietsen tot het startpunt, toch jammer dat we dat niet gedaan hebben.) Het is heuvelachtig, waarschijnlijk het enige heuvelachtige deel van onze tocht.
Sittard blijkt ook een stadsmuur te hebben en leuke terrassen. We overnachten bij vrienden op de fiets (Vriendenopdefiets.nl) en logeren bij een vrouw die langs het Pieterpad woont en die vooral wandelaars krijgt bij overnachtingen. Zelf is ze een heel fanatieke wandelaar, ze liep onder andere naar Rome.
De volgende dag voert ons vooral langs de Maas noordwaarts. Het is 30 graden en we smeren een hele fles zonnebrand leeg. We lunchen in Roermond, een leuke stad met een mooie kerk en een beeld van architect Cuypers (Hij ontwierp het Rijksmuseum, de Vondelkerk en het station van Amsterdam en is dus geboren in Roermond) en een charmant plein. Wel werden we tijdens het afrekenen nog bijna opgelicht. Kroketten met mosterd en dan 85 cent per kroket extra rekenen voor mosterdsaus? Echt niet.
We steken twee keer met een pontje de Maas over en passeren aardbeien- en asperge-velden. In Venlo is een haven aangelegd vlakbij het centrum en daar is het heel erg druk op deze vakantiedag. Mensen flaneren, wandelen, suppen en varen. We overnachten bij een vrouw die maar meteen zegt waar het op staat. Ontbijt is ontbijt en het is niet de bedoeling dat we iets meenemen voor de lunch. In ieder geval niet zonder te vragen. Nou doen we dat nooit, maar goed, het is duidelijk.
Nog een super hete dag vandaag. Het wordt lastiger om niet rood te worden, nog maar eens insmeren, sjaaltje om de schouders, hoedje onder de helm. Je probeert wat. We fietsen nog steeds langs de Maas en er komen weer heuvels in zicht. Nijmegen en Groesbeek testen onze conditie.
Ons adres van vandaag blijkt bij een kunstzinnige dame die haar huis helemaal vol heeft met kunst. Mijn vriendin en zij herkennen wat in elkaar en raken niet uitgepraat. Ik bewonder de kunst, in het toilet, op de overloop en de kamer, daar staan trouwens ook onze fietsen geparkeerd, in de huiskamer. Heel bijzonder.
Dag vier is gelukkig minder heet, er staat 81 kilometer op de planning en we beginnen het zitvlak te voelen, we hebben niet genoeg getraind dit voorjaar. Het is een prachtige route, via Berg en Dal, door de polder naar Millingen aan de Rijn over de Waal met een fietspontje en dan door Gelderland. De Waal is een stuk breder en wilder dan de Maas om over te steken, de fietsen moeten vastgebonden worden. We stoppen in verband met het zitvlak consequent om de 10 kilometer. Even van het zadel, en soms lopen we een stukje. We overnachten in Vorden tussen de geitjes en schapen. Wat een afwisseling is het toch wanneer je bij vrienden op de fiets slaapt.
Al vroeg zijn we weer op pad langs een van de acht kastelen van Vorden naar Ommen. Het weer is omgeslagen en onderweg kopen we allebei een vest om wat bij te warmen. Onze route gaat over de Holterberg, maar op 4 mei is daar een herdenking op het Canadees Oorlogskerkhof. Niemand mag er door. We missen daardoor het pad over de heide waar we enkele jaren geleden al eens waren.
In Ommen hebben we uitgebreid instructie gehad over waar we moeten zijn (winkel met gangetje en dan achterom…), het blijkt allemaal te kloppen. Onze gastheer is meteen to the point, hij wil precies weten hoeveel en wat we willen eten en drinken bij het ontbijt: thee koffie, yoghurt, eitje, hoeveel sneetjes? Een strakke organisatie. Hij houdt niet van weggooien. Hij is ruim 80 jaar en wat hij verdient met de overnachtingen (hij heeft drie kamers die hij verhuurt) en een deel van zijn pensioen spaart hij voor de studie van 6 scholieren in Lesotho. En hij wil onze tassen naar boven dragen. Ja kom zeg. Dit vraagt om een ruime fooi en we halen zelf onze bedden af. Alle beetjes helpen.
5 mei en fris, en we hebben een minder fraaie route vandaag, Coevorden is leuk, het kasteel prachtig en de lunch lekker. Maar veel lange rechte wegen en langs een kanaal, bovendien waait het hard. Het laatste deel komen we door een bos, en zien een grafheuvel en even later een Hunebed! We zijn echt in Drenthe. Het overnachtingsadres blijkt een huisje in de tuin.
Vandaag zullen we Groningen bereiken, we vertrekken al vroeg en het is rond het vriespunt, ik heb spijt dat ik geen handschoenen heb meegenomen, en dat na die warme start zes dagen geleden. Vandaag fietsen we door bossen en komen via een groene buurt de stad in. We proppen na deze 440 kilometer onze fietstassen in een kluis op het station en parkeren onze fietsen in de fietskelder. Nee we fietsen niet helemaal naar Pieterburen, we hebben een broertje dood aan lange rechte wegen en worden thuis verwacht. Met een klein tasje op weg naar ons hostel, midden in de stad. In Groningen slenteren we over de markt en bezoeken we het forum, een prachtig gebouw met bibliotheek maar ook koffiehoekjes. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over de stad en de ernaast gelegen Martinitoren, die zou ik graag eens beklimmen, maar dat moet een andere keer. De trein wacht. Een rustige trein gelukkig, een rustig einde van een ook rustige fietsvakantie. Het Fietserspad, probeer het eens. En bekijk vooraf het weerbericht.
Het zijn 147 tegeltjes, ik heb ze nu drie keer geteld. Gek getal, een oneven getal. Kan dat wanneer je 21 tegels in de breedte hebt en zeven in de hoogte? Ja dus. Een oneven aantal. Ik zit hier zeker al twee uur. Precies weet ik het niet want ze hebben mijn telefoon afgepakt, en mijn horloge, broekriem en veters. Eikels. Het zal wel protocol zijn. Ik zucht, en slik, dorst heb ik en honger. Het ontbijt van vanmorgen is al lang geleden. De instructies waren duidelijk. En lachwekkend eigenlijk. Alsof dat nodig zou zijn.
‘Verzet je niet, laat je gewoon lijdzaam in de boeien slaan. Je gaat dan naar het bureau, misschien houden ze je even vast, er zijn advocaten die voor je klaar staan, daarna gaan we weer naar huis.’ Ik heb erom gelachen, ach ja, als we aangehouden zouden worden. Kleine kans toch? Vastgelijmd aan de snelweg, voor zover dat lukt met die lijm. We zijn geen bedreiging, alleen voor de mensen die in de file staan. Die naar hun werk willen, die wat later komen omdat ze om moeten rijden. Boehoe. Jammer dan. Het gaat ergens om, het gaat om het klimaat, om de toekomst, ook hun toekomst en die van hun kinderen. Ik offer me op voor alle mensen die zich er niets van aantrekken, zo moet je het zien.
Ik heb echt honger, ik heb nog een dropje gekregen van een van de anderen toen we goed en wel op het asfalt zaten, die met dat lange blonde haar, snorretje, leuke vent om te zien. Maar meer zit er niet in mijn maag. Waarom duurt het zo lang? Waar blijven die advocaten dan? Het was toch nog een verrassing, de politie in grote getalen. Met een soort oranje schuitjes, die ze ook gebruiken bij ski ongelukken volgens mij. Daar werd ik (lijdzaam) opgelegd. In een bus gezet en zo ben ik hier beland. Ik vraag me af hoe lang het nog gaat duren. De hond moet uit, Boefje zal al wel met de poten gekruist op me zitten wachten. En morgen moet ik op tijd naar mijn werk, zo lang zullen ze me toch niet hier houden? Zal ik die tegels nog eens tellen?
Opeens gaat de deur open, een politieagent komt binnen. Hij gaat tegenover me aan tafel zitten. ‘Zo mevrouw van Berkel, Van de Ven is de naam, ik ga proces verbaal opmaken voor u, heeft u nog wat te zeggen voordat ik dat ga doen?’ hij klapt een laptop open op tafel. ‘Eh, nee? Zijn de advocaten er niet?’ De agent kijkt me aan. ‘Jawel maar met meer dan vijftig arrestaties hebben die hun handen vol, wij ook trouwens, daarom ben ik zojuist achter mijn bordje eten vandaan gebeld om te komen helpen hier op het bureau. Dus ik wil graag uw PB opmaken en van nog 10 collega’s van u en dan weer naar mijn vrouw en kinderen als u het niet erg vindt.’ Ik staar hem aan. ‘Dat is vervelend natuurlijk, dat u niet thuis kunt zijn. Maar ja, ik ben ook niet thuis en ondertussen gaat het klimaat naar de knoppen, ook niet fijn voor uw kinderen, voor alle kinderen eigenlijk. Daarom heb ik er dus ook geen. Dus ik wacht toch liever op een advocaat.’ Hij staart mij aan. Ik meen godverdomme te horen maar zo zacht dat ik er niet zeker van ben. Hij klapt de laptop weer dicht. ‘weet u het zeker? Het kan lang duren, u bent dan vannacht nog hier denk ik. Geen kinderen die naar bed moeten begrijp ik. Geen hond die uit moet? Geen baan die u kunt verliezen?’ Ik reageer, ondanks mezelf, bij het woord hond. Ik kijk naar hem op en slik. ‘Aha, een hond? Wie laat Fikkie uit vanavond? Niet op gerekend zeker? Toch maar doen dan?’ Ik knik gelaten. Hij gaat weer zitten, opent de laptop en begint te typen. Hij praat terwijl hij typt. ‘datum, plaats, naam personeelslid, nummer personeelslid, tijdstip van arrestatie, tijdstip opmaken van het PB. En dan nu: Uw naam…’
Twee uur later sta ik buiten en ga op zoek naar een bushalte, mijn telefoon heb ik terug gekregen en aangezet maar hij is leeg. Er staan meer mensen bij de bushalte, ze begroeten me met gejoel. High fives, vredestekens. Ik doe halfslachtig mee. Ik ben down, ik voel me schuldig. Betrokken bij het milieu, ja. Bereid om actie te voeren, ja. Bereid om me te laten arresteren, ook ja. Maar niet bereid om de hond in de steek te laten. Ik ben een flut actievoerder die meteen om te praten is. Als het klimaat van mij afhangt dan kunnen we wel inpakken dus. Dan winnen we het niet van de multinationals, van KLM, Schiphol, van Shell. Dan zijn we verloren. Alles wat ervoor nodig is is een hond en we gaan 4 graden omhoog met de temperatuur. SLAPPELING, klinkt het in mijn hoofd terwijl ik in de bus stap, DOOS! wanneer ik er weer uitstap. GELEGENHEIDSDEMONSTRANT! Wanneer ik het tuinpad oploop. Ik doe de deur open en wordt uitgelaten en kwispelend begroet. DIERENLIEFHEBBER! Ja dat. Alles voor mijn hond.
Hoe heet een trapgevel eigenlijk bij ons thuis? Ik staar naar het gezelschap voor me, 4 van mijn nichtjes met hun mannen. Met hen praat ik al mijn hele leven plat. En vandaag dus niet, tot nu toe een beetje half half merk ik.
In de regio waar ik ben geboren werd in vrijwel ieder gezin dialect gesproken, in het ene wat authentieker dan het andere maar Nederlands was het zeker niet. Pas op de lager school maakten we kennis met ABN en moesten we leren om Nederlands te spreken. Dat viel niet mee. Zo spreken wij de sch uit als een k. Dus gingen wij naar skool, we liepen op onze skoenen. En tja, hoe leer je dat? Een sch zeggen. De juf van de vijfde klas had er wat op gevonden. Zeg eens knoopsgat. Knoopschgat. En dat lukte. Vincent kon knoopsgat na zes keer prima uitspreken. -En zeg nu eens schat, Waarop hij de juf en ons verraste met het onvergetelijke: -ja hee, maar dat zeg ik nie… Afijn uiteindelijk lukte het ons allemaal. Met als gevolg dat veel Brabanders in de winter gaan schieën.
Ik ben er trouwens van overtuigd dat wie met een dialect is opgevoed veel soepeler is qua taal dan mensen die meteen Nederlands geleerd hebben. Je hebt immers al vroeg geleerd dat er woorden zijn die hetzelfde betekenen. Ik versta Twents ook wel, al zijn Limburgs en Fries lastig. En wanneer Hooglanders me willen aftroeven met dialectwoorden lukt ze dat meestal niet. Ik kan het altijd volgen. Het is toch een soort tweetaligheid. Bovendien lijken dialectwoorden vaak op elkaar.
Vandaag ben ik dus mijn nichten rond aan het leiden. En ik merk dat dat niet lukt in mijn dialect. Niet alleen door die trapgevel (die waren er in ons boerendorp ook niet) maar ook omdat ik die hele cursus en alle instructies in het ABN heb gehad, en het lukt me dus niet om dat te vertalen in het dialect. Nou ja een enkel woord, Mondriaan is geboren in een skool. In de Bollenburg kun je binnen zien hoe prachtig die zalen waren, maar kijk een beetje vanaf een afstand, dus niet blieken (door een raam naar binnen kijken van heel dichtbij.) En die kinderskoeoen natuurlijk. Maar de rest gaat in het ‘Hollands’. Toch niet zo soepel dus. Nou ja, Houdoe.