Mijn Oma

Mijn oma is al vele jaren dood. Maar ik heb van haar een groentenrasp geërfd, zo’n scherpe met een extra hulpstuk om te zorgen dat je je vingers niet meeraspt. Er loopt een scheur doorheen, van alle wortels die ze daar met ferme hand overheen heeft gehaald. En ook een taartstolp. Waar je je taart veilig onder kan stoppen wanneer die opgespoten is. Allebei vertegenwoordigen ze voor mij een deel van haar leven.

Mijn Oma was een forse vrouw, toen sprak je er nog niet op die manier over maar nu zou je haar obees noemen, mijn Opa trouwens ook. Op hun verlovingsfoto staan ze er allebei al pront bij. Haar haren stevig in de krul, hij al bijna kaal, of zeer kort geknipt. Hij straalt, zij lacht. Haar forse boezem steekt in een zwarte blouse.
Als kind zat ik soms naar haar te kijken wanneer ze at, kruimels die haar mond niet bereikten vielen op die boezem en rolden daar zo’n beetje heen en weer.

Mijn Oma was een bekend persoon in het dorp, niet alleen vanwege het feit dat je niet om haar heen kon kijken maar ook omdat ze altijd voor iedereen klaarstond. Ze kraamde in de straat wanneer iemand bevallen was, kolfde voor melklozen, kookte soep voor verse weduwen of anderszins benarden. Bakte taarten op bestelling en ze kon behangen als een volleerd schilder.
Ik zie haar nog zo’n gebakken ronde cake horizontaal doormidden snijden, daar ging dan room op of jam al gelang de wens. En daarna werden de twee helften weer op elkaar gestapeld. Soms ging zo’n cake zelfs in drieën. Daarna smeerde ze crème op de zijkant en met een bakje met hagelslag en de taart op de rand van de tafel werd er dan met vlugge ronddraaiende bewegingen een laagje chocoladekorrels op geplakt.
Ik heb het weleens geprobeerd, het leek zo gemakkelijk, maar het werd bij mij een grote kliederboel. Daardoor werd ik me er opeens van bewust dat ze een bijna professioneel bakker was.
Vlak voor het feest werd zo’n taart dan ‘opgespoten’. Een rand van toefjes slagroom erlangs, soms strepen als een wagenwiel door het midden en zilveren kogeltjes op de toefjes. Met partjes mandarijn uit blik werd het een echte feesttaart.

Wanneer de schilder in het dorp behang verkocht en zelf geen tijd had verwees hij de klanten naar Dien. Met trappen, emmers, borstels en oude theedoeken verscheen ze dan om het behang aan te brengen, 4 gulden per rol. Ze heeft zelfs plafonds behangen toen dat in de mode was. Dat lijkt me nou de ultieme behangprestatie, dat dat zomaar bleef hangen!

Al die activiteiten waren hard nodig om het schamele gezinsinkomen wat aan te vullen want breed hadden ze het niet. Mijn opa werkte als stratenmaker en groef vooral veel gleuven die hij dezelfde dag ook weer dicht moest gooien.

Nu lijkt het alsof ze een dienstbaar persoon was. Want ze was altijd bereid te helpen maar dan moest het wel op haar manier. ‘Ga opzij, ik doe het zelf wel’ werd in haar directe omgeving vaak gehoord. Beetje opschieten, geen flauwekul, hard werken en het resultaat telt. Een praktische aardse vrouw. Wanneer je haar vroeg wat ze voor haar verjaardag wilde zei ze: ‘maakt me niets uit als ik het maar niet af hoef te stoffen.’ Een kreet die ik de laatste jaren trouwens van haar heb overgenomen. Het werkt prima als buffer tegen al die blokkerbeelden en Xenosrariteiten die je niet weg durft te gooien om de gever niet voor het hoofd te stoten.

Zolang ik me herinner waren mijn opa en oma aan het lijnen. Weightwatchers, libelle lijnplan, brooddieet. Wanneer ze lang genoeg geleefd hadden waren Dokter Frank en Sonja Bakker ook huisgenoten geworden. Ze aten kilo’s rauwkost maar daarnaast ook zoveel andere dingen dat dat gewicht toch altijd een dingetje is gebleven.
Dat gewicht heeft ook gemaakt dat ze later in haar leven twee kunstknieën heeft gekregen. Die hadden te lang die ruim 100 kilo trapjes op en af gedragen met banen behang er ook nog bij. Een van die knieën ging helaas ontsteken waardoor ze daarna op een scootmobiel was aangewezen.

Toen de moeder van mijn oom overleed had hij een scootmobiel voor mijn oma in de aanbieding, die was veel sneller dan die van haar. Die moest ze maar overkopen.
Nu is mijn oom nogal een handelaar, die daarbij vooral aan zijn eigen belangen denkt, dus er was enig wantrouwen gerezen bij dit verkooppraatje.
Mijn oma en een vriendin zijn toen ieder in een scootmobiel aan het begin van de straat gaan staan en hebben allebei het gas vol open gedraaid. De snelste was toch haar oude scootmobiel. In hoeverre ze daarbij het gewichtsverschil mee hebben laten spelen weet ik eigenlijk niet maar ik zag ze voorbij scheuren, krom over het stuur met hun grijze haren wapperend in de wind en de benen met steunkousen ferm op de voetenplank.

Jammer eigenlijk dat ik geen keukentrapje van haar heb geërfd. Of een behangschaar.

Marina van Alphen, Maart 2016.

 

Advertenties