Bommetje

Gepubliceerd in “Openbaar vervoer”
Derde prijs GSK (Gelders Schrijvers Kollectief) publieksprijs november 2003.  Uitgeverij Kontrast Oosterbeek;

Zo onopvallend mogelijk veegde hij het zweet van zijn handen af aan zijn broek. De druppel die langzaam over zijn voorhoofd in zijn oog liep, liet hij lopen. Hij wilde niet laten merken dat hij nerveus was. Verwoed knipperde hij met zijn ogen. Hij wilde trots, eerzaam en rustig zijn taak volbrengen.

De mensen bij de halte kwamen in beweging toen de bus de nieuwe rotonde naderde. Ook hij deed een paar passen naar voren.

Zijn rug en buik jeukten ondraaglijk. Hij had de neiging om te krabben, om te wrijven over zijn ruggegraat en bij de vetrolletjes op zijn rechterheup. Hij bleef kaarsrecht staan. Het korset was wat krap. Het moest ook strak zitten was hem verteld vanwege de luchtverplaatsing. Het was effectiever wanneer er geen speling zat tussen zijn lijf en de banden. Wat een onbenullige dingen om aan te denken nu. Op zo’n moment had hij van zichzelf wat anders verwacht. Hij had geprobeerd te bidden maar hij kon niet de stemming vinden, niet in het rimte van het gebed komen.

Hij had verwacht dat zijn gedachten bij zijn familie zouden zijn, bij zijn jongste broertje dat voor zijn ogen was gestorven omdat de soldaten hen niet dichterbij lieten komen toen hij gewond op het plein lag. Zijn moeder die hij tegen had moeten houden omdat zij dwars door het geweervuur heen zou zijn gelopen, zijn vader die hij sinds die dag nog maar enkele woorden had horen zeggen. En al de andere ouders, hoe ze daar hadden gestaan, hoe ze  gejammerd en gehuild hadden terwijl zes schoolkinderen doodbloedden op het schoolplein.

Maar die gedachten, gedachten die hem wekenlang niet los hadden gelaten waren vandaag plotseling verdwenen, alsof ze niet in de weg wilden zitten op zijn pad naar eeuwige roem. Of misschien om hem niet te dwingen nogmaals de afweging te maken tussen iets doen en niets doen. De keus was gemaakt.

Zijn broer deed niets. Zijn broer deed mee aan de vredesdemonstraties en vónd dat hij wat deed. Maar hij niet, hij zou een daad stellen. Zijn kleine broertje wreken, zijn vader weer de trotse man laten worden die hij eens was, de eer van de familie redden.

De busshauffer keek niet naar hem toen hij instapte. Hij ging in het midden zitten, aan de kant van de middenstreep op de weg. Hij volgde instructies op, zo verplaatst de drukgolf zich ook naar eventuele tegenliggers.

Twee jaar geleden had hij zijn aanmelding voor de universiteit ingevuld, vol hoop en verlangen naar een betere toekomst. Nu was er alleen nog vandaag. De universiteit was gebombardeerd, de lokalen leeg, het leven een aaneenschakeling van lege dagen. Geen werk, geen studie, niets. Alleen controles, geweld en huiszoekingen.

Hij keek om zich heen, wreef voorzichtig zijn jeukende onderrug tegen de stoel. Zijn linkerhand speelde met het onstekingstouwtje in zijn zak. Hij keek naar de mensen in de bus en in de auto’s op de andere rijbaan, voor wie vandaag een gewone dag was, een dag om te werken, een dag om te studeren, de kinderen naar school brengen en weer ophalen. Die niet wisten wat een grote dag dit voor hem zou zijn. Niet wisten dat zijn gezicht morgen in de krant zou staan, de foto die gisteren al genomen was. Alleen jammer dat de kalasjnicov niet geladen was.Hij had graag gevoeld hoe dat zou zijn, in de lucht schieten zoals hij de ouderen vaak zag doen.

Ze letten niet op hem, de andere mensen, zijn lichte huid werkte in zijn voordeel. Hij leek erbij te horen. Hij keek naar de discman van de jongen naast hem. De dopjes in zijn oren, zijn sluike pasgewassen haren. Hij zag de mobiele telefoons van de meisjes die bij de achterdeur stonden, ze drukten erop maar leken niet te bellen. Het meisje met het blauwe shirt keek af en toe naar hem, lachte verlegen. Hij wendde zijn blik af.

Voor hem zat een vrouw, naast haar een kind. Het kind keek hem aan, keek naar hem met blauwe ogen, een brede mond in een rond gezicht. Hij verstarde. Hij slikte. Zijn broertje, de andere kinderen, het verdriet, hij werd misselijk. Een jong leven. Maar dit was een ander leven, een van school en ontspanning, van pianoles en universiteit, van een leven zoals zijn broertje niet zou kennen, en hijzelf evenmin. En plotseling voelde hij de vertrouwde woede in zich opwellen, de woede die hij nodig had op dit moment en met een krachtige ruk trok hij aan het touw, terwijl de roep om zijn schepper door de bus schalde.

augustus 2003.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s