Het Karretje

Jan schopt met zijn zware legerlaars tegen een steentje dat de helling afrolt. Hij staart naar de sterren, bah wachtlopen in dit kale landschap met alleen een sterrenhemel en stenen om naar te kijken. Geen bomen, geen planten, geen bebouwing, niks. Met deze dimensie hebben ze niet zoveel geluk gehad, al wordt nog steeds gehoopt dat er delfstoffen zullen zitten in de roodgekleurde bergen. De nederzetting van de geologen ligt aan de voet van de heuvel, het steentje stuitert ernaartoe maar blijft ver voor de eerste tenten liggen. Rook stijgt op uit de schoorsteen van de kantinetent. Het flitsen van de dimensielift kleurt de tenten paars.

 

Hij voelt zich enigszins getroost door het feit dat Hanna, zijn eigen Hanna ook op wacht staat. Op ongeveer dezelfde plek maar dan in de zevende dimensie. De Zevende is veel interessanter. Hij kan zich de feesten nog herinneren bij de ontdekking ervan. Het was de redding uit de vervuilde Eerste, de oudste geweest. In de Zevende is op deze plek een oase, met palmbomen, kamelen en al. Er worden nog steeds bedoeïenen getransporteerd zo had Hanna verteld. Het is voor hen een ideale oplossing nu de woestijn in de Eerste blank staat. Maar al die mensen op een hoop, die allemaal aankomen bij het verdeelpunt geeft ook veel ruzie en gevechten.

 

Hij schopt nog een steentje naar beneden en kijkt het na terwijl het over de rand in de smalle kloof verdwijnt. Hij luistert en hoort hoe het tegen de wanden kaatst en ten slotte op de bodem landt. Daardoor wordt hij zich bewust van een ander geluid. Het gebrom van een soort elektromotor. Hij draait met zijn hoofd om uit te vinden waar het vandaan komt. Het lijkt niet op een van de motoren die gebruikt worden voor het geologisch onderzoek, bovendien gebeurt dat alleen in de bergen, niet hier bij de nederzetting. Het klinkt ook … anders, hoger, scherper, niet iets dat hij eerder heeft gehoord. Geconcentreerd draait hij zijn hoofd van links naar rechts om de richting van het geluid te bepalen. Vanuit zijn linkerooghoek ziet hij een glinstering van metaal en een laag klein karretje komt om de bocht van de heuvel. Het giert constant. Het heeft enorme vierkante panelen aan de bovenkant waar twee palen bovenuit steken Aan de zijkanten zitten allerlei uitsteeksels en dwars-stangen. Langzaam rolt het vooruit op zijn zeswielen, rolt over kleine en grote stenen maar vermijdt grote rotsblokken. Het komt niet naar Jan toe, het vervolgt onverstoorbaar zijn weg alsof Jan er niet is. Het gaat ook niet in de richting van de nederzetting, het volgt een schuine baan die zich langzaam verwijdert van het kamp en die ook de kloof niet snijdt.

 

Jan rukt zijn ogen los van het karretje en tast met trillende vingers naar zijn mobilofoon. Zijn stem hapert wanneer hij fluistert: “Vreemd voertuig gesignaleerd op de westflank van heuvel drieëndertig, zes wielen, panelen aan de bovenkant, rare uitsteeksel aan de zijkanten. Ik, eh,” hij slikt  “ik heb nog nooit zoiets gezien.”

 

Vijfentwintig minuten later is een heel peloton soldaten aanwezig op heuvel drieëndertig. Inclusief een laserkanon, een conventioneel kanon en allerlei apparatuur waarvan Jan geen idee heeft wat het is.

Het wagentje vervolgt onverstoorbaar zijn weg. Soms schraapt het wat zand weg of raapt een steen op die in de onderkant van het apparaat verdwijnt.

 

Jan ziet het peloton opschuiven in het langzame tempo van het karretje, dertig volwassen mannen die een, zo te zien ongevaarlijk, karretje volgen. Hij grinnikt.

 

Majoor de Kanter die dicht bij hem staat met zijn mobilofoon in de hand kijkt hem abrupt aan.

“Goed dat je zo snel gewaarschuwd hebt soldaat, dit soort verkenners moet je zo snel mogelijk uitschakelen. Ze worden steeds slimmer, de eerste die we zagen was te pletter geslagen op het oppervlak.”

Jan kucht en opnieuw trilt zijn stem: “U bedoelt dat dit niet de eerste is?”

“Nee soldaat, het is niet de eerste en het zal ook niet de laatste zijn. Gelukkig komen ze altijd in de Negende en niet in een van de andere dimensies. Waarschijnlijk hebben ze het transporteren nog niet door. Het is ook niet moeilijk om ze uit te schakelen. Een elektromagnetische straal is voldoende voor al die gevoelige apparatuur. Maar het is een intelligent volk dat deze karretjes maakt. We zullen ongetwijfeld meer van ze horen.”

“Zijn ze oorlogszuchtig?”

“Dat weten we niet.” De majoor klinkt kortaf, alsof hij plotseling spijt heeft van zijn openhartigheid. “Voor alle duidelijkheid soldaat, dit is top-secret”

Jan knikt snel met zijn hoofd.

Hij ziet een terreinwagen met een hijsinstallatie erop voorbij komen.

Zijn gedachten buitelen over elkaar, een intelligent volk, ergens, ver weg of dichtbij maar op zoek. Een volk dat kleine verkennertjes uitzendt naar het heelal dat hen omringt. Karretjes met grijpers, panelen en grote wielen. Karretjes die bovendien het landschap lijken te kennen. Hij staart omhoog, naar de sterrenhemel die hem straks zo saai voorkwam. Ergens daarboven.

De Terreinwagen rijdt langzaam terug naar de nederzetting, het karretje staat levenloos achter in de bak. Er zit een rechthoekje op ziet Jan nu. Een keurig rechthoekje met rode en witte streepjes en in de linkerbovenhoek een blauw vlakje met witte sterretjes.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s