Hoi

Hallo, welkom op mijn website. Ik schrijf columns, onder andere voor het blad van het Gilde van de Gidsen in Amersfoort. Ik schrijf fiets-reisverhalen voor het blad van De Reiziger van Rover (vereniging voor Reizigers in het Openbaar VERvoer). En ik schrijf verhaaltjes omdat ik daar lol in heb. Je zult dus een variatie aan schrijfsels aantreffen  op mijn website. Veel lees plezier.

Mijn goede voornemen voor 2026 is om iedere maand rond de 10e  een verhaal of column op de website te zetten.

Soepel.

Hoe heet een trapgevel eigenlijk bij ons thuis?  Ik staar naar het gezelschap voor me, 4 van mijn nichtjes met hun mannen. Met hen praat ik al mijn hele leven plat. En vandaag dus niet, tot nu toe een beetje half half merk ik.

In de regio waar ik ben geboren werd in vrijwel ieder gezin dialect gesproken, in het ene wat authentieker dan het andere maar Nederlands  was het zeker niet.
Pas op de lager school maakten we kennis met ABN en moesten we leren om Nederlands te spreken. Dat viel niet mee. Zo spreken wij de sch uit als een k. Dus gingen wij naar skool, we liepen op onze skoenen.  En tja, hoe leer je dat? Een sch zeggen. De juf van de vijfde klas had er wat op gevonden.
Zeg eens knoopsgat. Knoopschgat.  En dat lukte. Vincent kon knoopsgat na zes keer prima uitspreken.
-En zeg nu eens schat,
Waarop hij de juf en ons verraste met het onvergetelijke:
-ja hee, maar dat zeg ik nie…
Afijn uiteindelijk lukte het ons allemaal. Met als gevolg dat veel Brabanders in de winter gaan schieën.

Ik ben er trouwens van overtuigd dat wie met een dialect is opgevoed veel soepeler is qua taal dan mensen die meteen Nederlands geleerd hebben. Je hebt immers al vroeg geleerd dat er woorden zijn die hetzelfde betekenen. Ik versta Twents ook wel, al zijn Limburgs en Fries lastig. En wanneer Hooglanders me willen aftroeven met dialectwoorden lukt ze dat meestal niet. Ik kan het altijd volgen. Het is toch een soort tweetaligheid. Bovendien lijken dialectwoorden vaak op elkaar.

Vandaag ben ik dus mijn nichten rond aan het leiden. En ik merk dat dat niet lukt in mijn dialect. Niet alleen door die trapgevel (die waren er in ons boerendorp ook niet) maar ook omdat ik die hele cursus en alle instructies in het ABN heb gehad, en het lukt me dus niet om dat te vertalen in het dialect. Nou ja een enkel woord, Mondriaan is geboren in een skool. In de Bollenburg kun je binnen zien hoe prachtig die zalen waren, maar kijk een beetje vanaf een afstand, dus niet blieken (door een raam naar binnen kijken van heel dichtbij.) En die kinderskoeoen natuurlijk. Maar de rest gaat in het ‘Hollands’.
Toch niet zo soepel dus.
Nou ja, Houdoe.

Een rode mini.

Iedereen kent wel het verschijnsel van de rode mini. Niet? Nou, je ziet ze nooit eigenlijk. Maar op het moment dat je erover denkt er een te kopen dan zie je ze plotseling overal. En dat gaat dan niet alleen met mini’s zo maar met alles waar een mens zo mee bezig is. Denk je over laarzen dan struikel je over mensen die ze dragen, denk je over een huis kopen dan staan plotsklaps overal borden in de tuin en heb je weleens overwogen een cursus te doen? Meteen regelt de overheid het startbudget.

Is het de voorzienigheid die zich hiermee bezig houdt vraag ik me af. Regelt die opeens al die rode mini’s en te koop borden? Vanuit die zetel in de hemel heeft zij het dan wel vreselijk druk natuurlijk. Met het uitsturen van gelaarsde mensen kan ze dat wellicht via  het onderbewuste aansturen. Maar waar haalt de voorzienigheid zo snel al die rode mini’s vandaan? Maar misschien onderschat ik haar.

Het is waarschijnlijker dat je eigen waarneming beïnvloed wordt. Selectieve perceptie. Tevoren kun je zo’n felgekleurde mini tegenkomen en zie je hem niet eens. Maar wanneer je waarneming gestuurd is merk je andere dingen op. Ook heel beangstigend vind ik dat, dat ik dus zomaar heel veel dingen mis. Al die gemiste rode mini’s en verkoopborden, waarom heb ik die dan nooit eerder gezien. Ik vind het een mysterie.

Wanneer je opgeleid wordt voor stadsgids zie je ook opeens allemaal zaken waar je eerder aan voorbij liep. Prachtige geveltjes, gevelstenen, bijzondere huizen. En dat geldt dus voor iedereen. Laatst vertelde iemand dat zij jarenlang in de Langestraat had gewoond en op mijn vraag of ze ooit de schilderijen aan de buitenkant van de Joriskerk had gezien was het antwoord: ‘Nee. Echt? Naast de FEBO dus?’ Ja daar dus. En dat gesprekje herhaal ik nu regelmatig. Het antwoord is altijd nee. Ik verwacht dat er binnenkort hordes mensen zich staan te vergapen aan die schilderijen aan de buitenkant van de kerk. Naast de FEBO, let er even op.

En het wordt nog erger want laatst was ik op een verjaardag in Enschede. Toen ik vertelde dat ik uit Amersfoort kwam zei mijn gesprekspartner.
‘Oh ja, mooie stad, we hebben vorig jaar een rondleiding gehad met een gids daar, dat vonden we erg leuk. En mijn man doet het nu zelf ook in Winterswijk. Gidsen’
Het blijkt dat je daar in Winterswijk een halve dag cursus in krijgt. Dan doen wij het grondiger toch? Ik was als Amersfoortse gids een half jaar aan het studeren.
En de voorzienigheid bracht nog meer rode mini’s op mijn pad want een paar dagen later was ik in Nieuw Vennep (ik moest het ook opzoeken). Ik was wat vroeg en raakte in gesprek . Zo’n standaardgesprekje:
‘Komt u van ver?’
‘Nou gaat wel, Amersfoort. ‘
‘Oh, ja? Mijn vrouw en dochter waren laatst een dagje in Amersfoort. Ze liepen binnen bij de VVV en konden zo aansluiten bij een gids waardoor ze allerlei leuke wetenswaardigheden van de stad te horen kregen. Dat vonden ze wel erg leuk.’

Hoe bestaat het hè? En dit had ik toch eerder niet over het hoofd kunnen zien!? Alsof je frontaal geraakt wordt door een rode mini. Dan zie je hem echt wel. En van heel dichtbij.

Marina van Alphen,

2024

Geen woord gelogen

Nog een column voor het gidsengilde (het maakt wat los:)

Ik loop de Jorisbrug op, ik dirigeer de groep tegen de leuning aan en ga er zelf voor staan. ‘Hier staan we op een bijzondere plek in de stad. Achter mij ziet u het huis met de paarse ruitjes. Het is ooit verbouwd en verfraaid door een ondernemer die belangrijk was voor de stad namelijk. ….’ En dan weet ik het even niet. ‘Ehm’.

Wat doe ik? Ga ik iet verzinnen? Hij was Joods en hij kwam uit Oost Europa. Victor? Maar ja misschien zit er wel iemand in de groep die de geschiedenis van de stad of van stadhouder Willem de Vijfde goed kent. Of zelfs een biografie heeft geschreven. Je weet het niet.

De groep kijkt me verwachtingsvol aan. Cohen, meneer Cohen. Gewoon meneer Cohen laten maar? Er waren natuurlijk wel meer heren Cohen en het is natuurlijk niet genoeg, maar ja… ‘Meneer Cohen was tabakshandelaar, wiskundige en diamanthandelaar…’

Het overkomt je gewoon, opeens is dat stukje informatie weg, verdwenen uit het vakje waar je alles van het Gilde in bewaard. Gevuld tijdens de opleiding, geoefend totdat je er van droomde en opeens… een lege plek. Shit.  Ik baal daar vreselijk van, ik blijf zoeken naar die naam. Ik pak mijn spiekboekje erbij en daar staat het natuurlijk gewoon in. Maar ja, dan moet ik al lopend lezen in dat boekje, en lopen en lezen heeft ook weer zijn risico’s op mijn leeftijd. Er zijn veel ongelijke steentjes in onze middeleeuwse stad, voor je het weet tuimel je de gracht in of zit je bij de eerste hulp.

Iets verzinnen is soms verleidelijk, de meeste mensen zal het niet opvallen: -Victor Cohen was een timmerman met zeven kinderen en twee minnaressen en hij timmerde het schot voor de koppelpoort en de top van de toren… Nee toch maar niet doen.

Dus ik zeg het maar gewoon tegen de groep die nog steeds verkleumd tegen die brugleuning staat. ‘Sorry ik ben zijn volledige naam even kwijt, ik komt er zo weer op of anders zoek ik het op.’ Ze kijken me aan en knikken vervolgens begrijpend. Hè hè, niks aan de hand.

Een vriendin van mij werkt veel met hoogbejaarden en zij vertelt: ‘het gaat gewoon wat langzamer. Niet alles ligt op de voorste plank klaar. Je hebt soms wat meer tijd nodig’. Geduld, vooral met jezelf,  is dan een schone zaak. En vaak is dat natuurlijk zo. Een straat verderop weet ik weer dat het Benjamin was en dat zijn zoon Abraham heette en dat die laatste het latere stadhuis op de Westsingel bouwde.

Ik moet er dus niet zo’n probleem van maken en ik weet ook heel veel wél natuurlijk. Dus zeg ik nog nadrukkelijker aan het begin van iedere wandeling: ‘vraag gerust hoor als u iets te vragen heeft. Ik weet veel meer dan ik u kan vertellen in negentig minuten.’ En daarvan is dan gelukkig geen woord gelogen.

Marina van Alphen

november 2023

Kinderen rondleiden, een feest?!

Inmiddels ben ik gediplomeerd gids in Amersfoort en ben ik te boeken voor rondleidingen. Ik schrijf ook voor het blad van de gidsen van het Gilde, de Raddraaier. Deze column verscheen in dat blad. Waarom het de raddraaier heet? Dat weet je als je een keer meedoen aan een rondleiding 😊

Bij het Gilde krijg je te maken met groepen kinderen, en ze zijn niet favoriet merk ik, vaak wordt er laat op ingetekend in ons boekingsprogramma. Het zijn er ook zo veel. Zo’n groep bestaat toch uit minimaal 20 raddraaiers. Opsplitsen is dan een idee en er moet begeleiding van school bij zijn maar soms zijn dat moeders waarin ik veel herken. Niet echt helpend zal ik maar zeggen.

Ik ben niet zo handig met kinderen.  Nou ja, ik heb er twee groot gebracht, dat is goed gelukt maar het ging ook gepaard met de nodige vergissingen en ongelukken. Vooral groepen kinderen jagen me angst aan. Verjaardagsfeestjes waren een marteling voor me, ik zit liever voor vijftig mensen een vergadering voor dan dat ik ooit nog een verjaardagspartijtje moet begeleiden.

Nu heb ik ook wel actieve beweeglijke zonen met dito vriendjes die lastig te sturen zijn. Van vriendinnen met dochters hoorde ik dat die wel een half uur zaten te tekenen. Ik probeerde dat ook, samen met wat andere spelletjes die op het programma stonden. Maar na een half uur hadden we de hele lijst spelletjes afgewerkt en veranderden ze in een stoeiende schreeuwende groep vandalen waarbij ik wanhopig aan de zijlijn al te grote ongelukken probeerde te voorkomen. Gelukkig haalden ze na verloop van tijd allemaal een zwemdiploma. en trokken we toen naar een zwembad liefst met glijbaan. Mijn taak bestond daar vooral uit het tellen van al die smalle natte jongetjes met blauwe of zwarte zwembroekjes en het uitdelen van versnaperingen en limonade.

Bij het Gilde blijven aanvragen voor schoolklassen soms lang openstaan. En dan komt mijn verantwoordelijkheidsgevoel om de hoek, daar heb ik redelijk veel van. En om zo’n groep dan af te zeggen vind ik ook zo sneu en slecht voor de naam van het Gilde. Dus ik heb nu toch maar twee keer een groep kinderen begeleid om de toren op te klimmen. De eerste keer was precies zoals ik verwachtte: veel geschreeuw en grenzen aftasten.  De moeder die voorop naar beneden liep ging veel te snel en ik schreeuwde ‘NIET RENNEN’. Waarvoor ik me later weer schaamde. Verder heb ik alles wel zeven keer verteld omdat ze niet luisterden en dan met vragen kwamen over wat ik net gezegd had.

Ik vertel ze natuurlijk wel leuke kinderfeitjes. Over het rechtshandig vechten op de trap met de zwaarden, en het voordeel dat je als linkshandige daarbij kon hebben. Ze mogen op het carillon spelen en de klok laten luiden (en houden daar dan niet meer mee op!) Maar het blijft behelpen.

En je mag ze ook niet van die toren afgooien dat geeft teveel gedoe natuurlijk. Afijn, ik doe mijn best maar leuk is anders.

Nu had ik de laatste keer een groep met een juf die duidelijk aanwezig was en het liep… als een zonnetje. Als ik praatte waren ze stil. Ze waren geïnteresseerd, stelden vragen en hielden zich aan de regels. Ze hadden het bezoek op school voorbereid en de juf kwam terug op wat besproken was: – kijk nu kun je goed zien dat de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort en Utrecht lig-. Ik was zwaar onder de indruk eerlijk waar. En de weg naar beneden? Ze hebben geteld van 1  tot 344 met zijn allen. Voetje voor voetje onder luid tellen naar beneden. Ik vond het nu zelfs wat traag gaan en ze zaten er maar een trede naast.

De volgende keer teken ik vol vertrouwen in. Wie doet er mee?

 Marina van Alphen
zomer 2023