De inbreker

Gepubliceerd in Trouw en in het boekje “ware verhalen” van Ton Rozeman.

 

De man zet voorzichtig zijn ene been op de grond en tilt daarna, heel stuntelig het andere over de vensterbank waarna het tussen de lavendelstruikjes van mijn opa ploft.

Mijn hart klopt in mijn keel terwijl ik naar het huis naast het onze staar. De fles cola vergeten in mijn hand. Oh nee hè, dat dit net moet gebeuren nu mijn vader en moeder weg zijn.

De man duwt het raampje achter zich dicht, trekt zijn colbertje recht, kijkt even in de richting van ons huis en loopt langzaam door de tuin naar de straat.

Ik sluip naar het voorraam en zie, staande achter het gordijn dat de man zijn auto drie huizen verder in de berm geparkeerd heeft. Hij rijdt met gedoofde lichten weg, doet ze pas honderd meter verderop aan.

Ik sprint naar buiten, ik moet de politie bellen, en wij hebben geen telefoon, snel naar oma, naast ons, zij heeft telefoon, en bij haar is ingebroken. Ik merk dat ik hijg als ik op het plaatsje kom. Er stopt een auto voor ons huis.

“Pap! Mam! Vlug! Een inbreker, bij oma, hij kwam uit het raam. Kom gauw de politie bellen.”

Mijn moeder kijkt me gealarmeerd en vragend aan. “Rustig, rustig, wat is er aan de hand? Ik begrijp het niet, wat is er met oma?”

Ik probeer het verhaal zo logisch mogelijk te vertellen, waarom snappen ze dat nou niet? Het is toch duidelijk, die man kwam uit het slaapkamerraam van oma! Hij heeft ingebroken dat kun je toch begrijpen? Kom nou mee, we moeten bellen! Mijn vader mengt zich ook in de uitleg en ondertussen kan die man al kilometers ver weg zijn. De politie moet komen.

Opeens gaat het slaapkamerraam van oma open. Hetzelfde raam waar daarnet de inbreker uit naar buiten is gekomen.

“Wat is er toch aan de hand? Wat is dat allemaal voor lawaai? Wat maken jullie een herrie!” Roept ze.

“Nou mam,” zegt mijn moeder “Lieke zegt dat er een inbreker bij jou uit het raam is gekomen en nu komen we naar jou toe om de politie te bellen.”

Een kort moment staat mijn oma bewegingloos in het raam.

Dan zegt ze: “Ik ben hier de hele tijd geweest, ik heb niemand gezien, er is niet ingebroken.” En met een gedecideerde klap sluit ze het raam.

Wij staan stil bij elkaar. Mijn vader en moeder kijken elkaar aan en zeggen tegen mij: “Kom, we gaan naar binnen.”

Ze tronen me mee naar binnen en proberen me gerust te stellen. Dat lukt pas als ze vertellen wat er aan de hand was.

Als ik het weet van oma.

Mijn oma, gatver, smerig zo oud, mijn eigen oma.

 

Marina van Alphen

2005

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s