Lijden

Natuurlijk is het in ieder huwelijk geven en nemen.
En zo neem ik mijn man mee naar de Flint.
Hij is het liefst thuis. Vakantie? ach, nou ja als je dan maar kunt fietsen. Een avondje uit? De koffie thuis is lekkerder. Uit eten? Jij kookt net zo goed. En na die complimenten is het helemaal moeilijk om hem over te halen.

Maar goed, vanavond onder lichte dwang naar de Flint. Een Brabander treedt op, Wim Daniels, wij kennen hem omdat we zelf Brabanders zijn maar we zijn benieuwd of hij ook zo ver naar het noorden de zaal vol krijgt.
Ja dus. We zijn maar net op tijd en omdat het vrije zit is mogen we helemaal in de achterste rij aanschuiven.
Hij vertelt leuk en herkenbaar voor ons. Over ons dialect, heerlijk! Over Tantanna, over misverstanden tot in de huisartsenpraktijk en dat privacy in zo’n dorp eigenlijk niet bestond. Ik geniet, ik hoop dat dat voor mijn man ook geldt.
Totdat…
‘Is er hier soms iemand die ook uit Helmond komt?’ vraagt Wim Daniels. ‘Die is er namelijk altijd.’ Ik steek mijn hand op en mijn man reageert meteen: ‘Oh ja? Kom jíj uit Helmond? Hij steekt geen hand op. En nee ik kom niet uit Helmond, maar híj wel.
‘Wil je dan niet? Maar… ‘
‘Nee’ zegt mijn man met nadruk. ‘Nee’.
Ik laat met moeite en aarzelend mijn arm zakken, ook jammer dat Wim Daniels het niet gezien heeft, maar ja op die achterste rij.

Ik weet het natuurlijk ook wel. In tegenstelling tot mij staat hij niet graag in de belangstelling, ik mag nog weleens semipubliek optreden. Hij nooit, nou ja wel voor zijn werk. Maar bij zo’n voorstelling voelt hij er helemaal niets voor om op het podium te gaan staan. Dat wil hij tot elke prijs voorkomen.

Het grappige is dat ik die eigenschappen een op een terugzie in onze zonen. Ik was in een pretpark met ons duo en een clown vroeg hulp op het podium. Onze oudste stond in een zucht vooraan ‘ikke, ikke’ te schreeuwen. De jongste verborg zich meteen achter mijn rug om snel uit zicht te zijn. Je snapt van wie ze dat hebben. En toch zijn wij al ruim 35 jaar prettig bij elkaar.
Geven en nemen.

Maar toch. Bij Wim Daniels wordt het nog erger. Voor mij. Hij vertelt dat de naam Wim een naam is die uitsterft. Ooit heette 30% van het Nederlandse voetbalelftal Wim, nu niemand meer. En natuurlijk komt de vraag: ‘Is er in het publiek iemand die Wim heet? Die krijgt een leuk boekje mee.’
Smekend kijk ik mijn man, mijn Wim, aan.
Hij blikt mij wetend aan en zegt ‘nee’.
Ik ga op mijn handen zitten, neem mijn verlies en lijd.

Marina van Alphen.
2017

Advertenties