Inpakken en wegwezen

Vroeger vond ze inpakken niet zo’n ramp, meer een onderdeel van de voorpret. Carola zat op haar hurken op zolder om de skispullen uit te zoeken. Een natte mouw kriebelde in haar nek. Ze huiverde. Zou die trui nog op tijd droog zijn? Ze kon hem maar beter op de verwarming hangen, het was de lievelingstrui van Kaatje. Die moest mee. Met een flinke ruk trok ze de doos met sneeuwkettingen vanachter de slaapzakken tevoorschijn. Haar schouder stak en een verlammend gevoel straalde naar haar vingers. Ze was moe. Het was druk geweest op het werk, veel gedoe om de bestellingen voor kerstmis rond te krijgen. Ze had de kerstborrel maar afgezegd.

“Ik ga de koffers pakken voor de Franse Alpen,” had ze tegen haar collega’s gezegd.

“Veel plezier, veel sneeuw en heelhuids thuis hoor!” Riepen ze haar na toen ze met kerstglitters in hun haar naar de kantine vertrokken. Ze miste er niets aan, hield ze zich voor terwijl ze met de sneeuwkettingen in haar ene hand, de natte trui in de andere en een zak skisokken onder haar elleboog geklemd naar beneden liep. Een toespraak van de directeur, een glaasje champagne en geklit van de jongens van het magazijn.

Ze tuurde naar haar lijstje dat aan het keukenkastje geplakt zat. In de loop der jaren uitgegroeid naar drie A-viertjes. Ze had het in een spreadsheet in de computer. Met sorteermogelijkheid voor kamperen, voor de wintersport en voor een appartement tussendoor. Zo ontsnapte ze nu aan de rubberboot met peddels, de vishengels en de vliegers. Daarvoor in de plaats kwamen: skipakken voor vier personen, handschoenen, snowboots en de slee. Ze zette een kruisje voor ‘sneeuwkettingen’. Een A-viertje gehad. Ze zuchtte. Op het lijstje ‘nog doen voor de vakantie’ schreef ze naast, ‘slijter/glühwein’ en ‘Bieb’ ook: ‘tijdklokken instellen voor de lampen.’ Op weg naar de meterkast voor de zaklamp zag ze de handschoenen van Bobbie nog onder de kapstok liggen. Niet vergeten, niet vergeten.

 

Guus, haar man, zou laat zijn vanavond, kerstborrel op zijn werk en ook bij hem was het druk. Bovendien hadden ze zo ieder hun taken bij het klaarmaken voor vertrek. Zij verzamelde alles van de lijst op een grote hoop, hij paste het met mathematische precisie in de bak van de auto. Ze kon zich niet herinneren dat ze vroeger zoveel aandacht besteedde aan het inpakken. Terwijl ze cd’s uitzocht om mee te nemen, vroeg ze zich af of ze ooit iets hadden gemist, zij en haar vriendinnen. Ze leefden gewoon van dag tot dag en genoten van het land, de sneeuw, de wijn… Sinds wanneer vond ze het zo’n krachttoer, dat inpakken? Met de komst van de kinderen waren de lijsten natuurlijk langer geworden. Luiers en flessen in het begin, diskman en gameboys nu. En Guus had natuurlijk een rol gespeeld bedacht ze, ondertussen de zakken minimarsjes, drop en chips zo compact mogelijk in een boodschappenkrat proppend. Veel meer dan zij, was hij een man die alles onder controle wilde hebben. Hij had de lijstjes geïntroduceerd. Het was ook wel handig natuurlijk, je vergat niet zo snel iets. Hoewel, van de zomer had ze de afwasbak vergeten. Onbegrijpelijk vond Guus dat, die stond toch op het lijstje? Ze had maar wat gemompeld. Sinds de zomer stond in haar aanrechtkastje dus een Franssprekende afwasbak.

Met een welgemikte worp gooide ze twee theedoeken en een vaatdoek in de linnengoedtas.

 

Op feestjes had ze het er wel eens over met anderen. Dat het woord vakantie voor haar niet alleen beelden van lavendelvelden, strand en bergen bracht maar ook visioenen van zakken was, vrachten boodschappen en eindeloze lijsten. Vriendinnen herkenden haar verhaal wel. Hun partners waren laconieker.

“Voor een weekend kamperen moet je bijna evenveel meenemen als voor drie weken,” had ze verzucht nadat Bas voorstelde dit jaar met de vriendenclub naar Zeebrugge te gaan.

“Ach mens,” zei Bas, “maak je toch niet zo druk. Je maakt een pan hutspot en je vertrekt gewoon.” Zijn vrouw lachte een beetje zuur maar Guus vond het een geweldige grap, hij kwam niet meer bij. Ze had hem argwanend aangestaard en gedacht aan al die keren dat ze de zoldertrap op en af ging en kasten afzocht voordat ze alles bij elkaar had.

 

Met een komkommer en een stuk kaas knielde ze bij het laatste boodschappenkrat en probeerde haar inpakstress te relativeren. Zolang je je creditkaart niet vergat was immers alles te koop. En dat de kinderen de eerste dag geen cola hadden, dat zouden ze ook wel overleven. Maar groenten en zoutjes waren in zo’n Frans bergdorp zo duur, het leek alsof ze ze persoonlijk de berg op hadden moeten sjouwen. Bovendien waren tomaten en paprika’s meestal wel te krijgen maar een bloemkool had ze er nog nooit gezien. Ze sneed de groene bladeren af van dit exemplaar en deed pogingen om hem in een nog lege hoek van het krat te stoppen. Ze drukte zo hard dat er een stuk afbrak en opeens merkte ze dat de tranen over haar wangen liepen. Dat lukte niet, dat werd nog een extra tas, het kon er nooit allemaal in! Moedeloos zakte ze tegen het keukenkastje aan en bezag de berg tassen, dozen en kratten. Achter zich wist ze de Franse afwasbak. Terwijl ze daar zat, haar handen plat op de vloer en haar rug hard tegen het deurtje gedrukt werd ze zich plotseling bewust van een woede diep in haar, een groeiende woede. Een energie die van heel diep kwam en een uitweg nodig had. En opeens was ze bezig: pannen vullend, uien hakkend. Bakkend en bradend zocht de oerkracht zich een weg. Smorend en kokend kregen haar gebaren betekenis.

 

Toen Guus om halfelf zijn auto achteruit de oprit opstak om hem in te kunnen pakken, vond hij bij de achterdeur niet de gebruikelijke stapel. Carola zat in de kamer te lezen. De geur van uien hing in huis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s