Inmiddels ben ik gediplomeerd gids in Amersfoort en ben ik te boeken voor rondleidingen. Ik schrijf ook voor het blad van de gidsen van het Gilde, de Raddraaier. Deze column verscheen in dat blad. Waarom het de raddraaier heet? Dat weet je als je een keer meedoen aan een rondleiding đ
Bij het Gilde krijg je te maken met groepen kinderen, en ze zijn niet favoriet merk ik, vaak wordt er laat op ingetekend in ons boekingsprogramma. Het zijn er ook zo veel. Zoân groep bestaat toch uit minimaal 20 raddraaiers. Opsplitsen is dan een idee en er moet begeleiding van school bij zijn maar soms zijn dat moeders waarin ik veel herken. Niet echt helpend zal ik maar zeggen.
Ik ben niet zo handig met kinderen. Nou ja, ik heb er twee groot gebracht, dat is goed gelukt maar het ging ook gepaard met de nodige vergissingen en ongelukken. Vooral groepen kinderen jagen me angst aan. Verjaardagsfeestjes waren een marteling voor me, ik zit liever voor vijftig mensen een vergadering voor dan dat ik ooit nog een verjaardagspartijtje moet begeleiden.
Nu heb ik ook wel actieve beweeglijke zonen met dito vriendjes die lastig te sturen zijn. Van vriendinnen met dochters hoorde ik dat die wel een half uur zaten te tekenen. Ik probeerde dat ook, samen met wat andere spelletjes die op het programma stonden. Maar na een half uur hadden we de hele lijst spelletjes afgewerkt en veranderden ze in een stoeiende schreeuwende groep vandalen waarbij ik wanhopig aan de zijlijn al te grote ongelukken probeerde te voorkomen. Gelukkig haalden ze na verloop van tijd allemaal een zwemdiploma. en trokken we toen naar een zwembad liefst met glijbaan. Mijn taak bestond daar vooral uit het tellen van al die smalle natte jongetjes met blauwe of zwarte zwembroekjes en het uitdelen van versnaperingen en limonade.
Bij het Gilde blijven aanvragen voor schoolklassen soms lang openstaan. En dan komt mijn verantwoordelijkheidsgevoel om de hoek, daar heb ik redelijk veel van. En om zoân groep dan af te zeggen vind ik ook zo sneu en slecht voor de naam van het Gilde. Dus ik heb nu toch maar twee keer een groep kinderen begeleid om de toren op te klimmen. De eerste keer was precies zoals ik verwachtte: veel geschreeuw en grenzen aftasten. De moeder die voorop naar beneden liep ging veel te snel en ik schreeuwde âNIET RENNENâ. Waarvoor ik me later weer schaamde. Verder heb ik alles wel zeven keer verteld omdat ze niet luisterden en dan met vragen kwamen over wat ik net gezegd had.
Ik vertel ze natuurlijk wel leuke kinderfeitjes. Over het rechtshandig vechten op de trap met de zwaarden, en het voordeel dat je als linkshandige daarbij kon hebben. Ze mogen op het carillon spelen en de klok laten luiden (en houden daar dan niet meer mee op!) Maar het blijft behelpen.
En je mag ze ook niet van die toren afgooien dat geeft teveel gedoe natuurlijk. Afijn, ik doe mijn best maar leuk is anders.
Nu had ik de laatste keer een groep met een juf die duidelijk aanwezig was en het liep⊠als een zonnetje. Als ik praatte waren ze stil. Ze waren geĂŻnteresseerd, stelden vragen en hielden zich aan de regels. Ze hadden het bezoek op school voorbereid en de juf kwam terug op wat besproken was: – kijk nu kun je goed zien dat de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort en Utrecht lig-. Ik was zwaar onder de indruk eerlijk waar. En de weg naar beneden? Ze hebben geteld van 1 tot 344 met zijn allen. Voetje voor voetje onder luid tellen naar beneden. Ik vond het nu zelfs wat traag gaan en ze zaten er maar een trede naast.
De volgende keer teken ik vol vertrouwen in. Wie doet er mee?
 Marina van Alphen
zomer 2023

